zondag 7 juni 2015

Missie MC Bride: accomplished

Palle maakte een lijstje, schreef zijn argumenten pro en contra op, maakte de rekening en besloot dat hij mee wil op kamp. Laat ik maar eens zijn voorbeeld volgen.

Het parcours van de Mc Bride is echt iets voor mij. Grotendeels plat, grotendeels te lande, langs de vaart en het Galgebos waar ik echt graag loop, start en finish ongeveer even ver van ons huis: top. De organisatie is fenomenaal. Start perfect op tijd, geregeld natte sponzen en drank, agenten die het verkeer tegenhouden, duidelijke bewegwijzering, sportdrank en een frisco als je aankomt en een zak met een handdoek, afwasmiddel, handzeep en weet ik veel wat nog. De fles Hommelbier die ik uit de tombola sleepte heb ik meteen weggegeven. En dat allemaal voor geen geld trouwens, en van dat 'geen geld' gaat er nog eens € 2 naar een goed doel! Helaas geen speldjes om mijn borstnummer (met mijn naam op, vond ik heel leuk!) vast te hangen, maar toch een volmondige JA.


De Mc Bride is een wedstrijd en dat is duidelijk niets voor mij. Van in het begin kon ik mezelf, mijn tempo en mijn hartslag niet controleren - niet dat die zo buitensporig hoog waren, maar toch te hoog voor wat ik kan, en vooral voor wat ik wil. Ik wil aankomen en welgezind en content zijn, en denken "woehoe, ik ben de max zeg, top, dit was leuk!", en nu dacht ik alleen: "Voila, ik heb hem gelopen - wat moest bewezen worden." Nul euforie. NEEN dus.

De Mc Bride is een halve marathon en dat is duidelijk teveel voor me. Petra vroeg me welk moment ik dan wel het lastigste vond, maar dat weet ik niet eens. Echt niet. Het leukst vond ik het Galgebos, maar daar loop ik sowieo graag, en bovendien was er eindelijk eens wat schaduw. En wat vond ik het minst leuk? Al de rest zeker? Niet dat het tegenstak, dat niet, maar ik loop vooral voor mijn plezier, en dat was er niet genoeg. De inspanning woog niet op tegen de voldoening. Nog een NEEN.

 (Voor de geïnteresseerden: ik finishte in 2h 18 minuten 35 sec)

Plezier vind ik vooral in het niet gestresseerd lopen, en ook in het lopen met vrienden. Helaas lopen mijn vrienden sneller dan mij, en al spoorden ze mij aan om mee te gaan met hen: na nog geen kilometer voelde ik al dat het er niet inzat, en eigenlijk wist ik dat al op voorhand. Dus natuurlijk dat de wegen dan uiteen gaan,geen probleem, maar voel ik er iets voor om nog eens als opgejaagd wild alleen 20 kilometer af te leggen? NEEN.

De foto's van al die groepjes lopers op Facebook hielpen niet echt, en 's avonds voelde ik me zielig, echt waar. Alle logische argumenten ten spijt: mijn verstand kon het simpelweg niet halen deze keer. Volle bak één van mijn all time favourite platen hielp me er weer bovenop. Maar wil ik emotioneel en bleiterig worden omwille van een hobby? Echt niet. Geef mij maar een puzzel of een boek in het vervolg. Nog een NEEN dus!

Och, en dan die mp3-speler die op 3 kilometer van het einde de geest gaf, misschien omdat ik teveel sponzen en teveel water over me uitgewrongen en uitgegoten had? Hielp ook niet echt. Weet je, als het zo snikheet is, zou ik sowieso niet vertrekken, maar je kan niet anders hé als je ingeschreven bent. Wablieft? Je kan wel degelijk anders! Gewoon niet deelnemen. NEEN dus, bij weer dat ik anders zou vermijden om in te lopen.

Top was wel dat Karel en de kinderen overal opdoken!


En Petra die kwam supporteren met haar zonen, Pieter en co, mijn ouders... Echt heel fijn! Ook de talloze berichtjes voor- en achteraf waren bijzonder motiverend. En het telefoontje van mijn nonkel - mijn nonkel met wie ik nooit bel - die me vooral wou doen inzien dat ik trots moet zijn op mijn prestatie, in plaats van te ruttelen dat ik mij niet euforisch voelde. Mijn nonkel die heel wat tips en argumenten en bof gaf, en ik die alleen maar kon snikken in de telefoon, en zeggen dat ik het gewoon echt niet tof vond, en dat ik er gerust in ben om ooit nog een poging te ondernemen. Voor al die interesse, bezorgheid en support: JA!

Ook op het schoolfeest die namiddag werd ik van alle kanten gefeliciteerd, heel leuk, maar eerlijk: ik had liever urenlang in de schaduw in een ligzetel een boek gelezen dan urenlang zitten kijken naar (weliswaar mooie) optredens van een hele school in de blakende verschroeiende zon. Dan had ik misschien ook iets kunnen eten binnen de vijf uur na de finish. Had ik meegedaan als ik daar ietsje doordachter had bij stilgestaan? NEEN

Mooi was wel de solidariteit tussen de eenzaten langs achter. Madam 771 die me op sleeptouw wou nemen tijdens de laatste kilometers (maar net iets te snel voor mij was) en me oprecht feliciteerde aan de finish, meneer 841 met wie ik Elverdinge binnenliep, het Running Team Lauwe dat ik mocht vervoegen en dat me van extra drank voorzag: bijzonder sympathiek. 


Extra applaus voor de loper van het Lauwe-team die heel zijn gezelschap (en mij) drank gaf, voorop liep naar hun eerste teamlid, terugkeerde naar de laatste: die mens, helemaal rechts op de foto, heeft vast een hele in plaats van een halve marathon afgelegd, op zijn dooie gemakje trouwens. Het ontroerde me echt, maar op een goede manier dan. JA


3 ja's, en 5 neens:
wat moest bewezen worden:

de Mc Bride is een prachtig evenement, maar niets voor mij. 

zondag 31 mei 2015

Missie Mc Bride: ingeschreven

Ik ging dus meedoen aan de halve marathon van de Mc Bride
Neen, toch niet. Ja, toch wel. Neen, toch niet. Neen, zeker niet. Absoluut niet. Never. 
Maar als ik het ooit eens wou doen, dan toch misschien nu? Want ik had nu die Ten Miles gedaan, en een halve marathon is uiteindelijk maar 5 kilometer erbij. Maar neen, toch niet. Niet haalbaar, zwaar boven mijn mogelijkheden. Of niet? Gewoon eens proberen?

Tot vervelens toe heb ik er mijn kop over gebroken,
terwijl ik wel trouw bleef lopen. Los van de uiteindelijke beslissing.

Het plezier kwam beetje bij beetje terug.

Heel wat Start to Run-toertjes met Ida hier in de buurt, vaak meer wandelend dan lopend.
Die keer dat ik samen met Rebecca mijn hart uit mijn lijf liep in Kemmel, temidden van de boshyancinten - toen wist ik nog niet dat ook de Monteberg op het programma stond.
Toen we een week later gingen voor een toertje van 14 kilometer, of ja, waarom niet 16, 't is toch mooi weer, en nu we toch bezig zijn kunnen we er net zo goed 18,5 van maken.
Met tegenzin en tegenwind van het werk terug naar huis - met, zoals steeds als ik rechtstreeks van mijn bureaustoel kom, totaal verkrampte kuiten - en dan toch content zijn achteraf.
Het familiefeest in Langemark waar ik al lopend naartoe ging, toen mijn nonkel me op zijn fiets tegemoet kwam met een flesje Aquarius en een portie peptalk.
De toer die ik liep met Rebecca, Alain en Steve, een beetje te rap voor mijn kunnen, waarna ik twee dagen spierpijn had, en me zorgen begon te maken. (Zorgen? Waarom? Ik wou toch niet deelnemen?)
Vorige maandag, toen ik plotseling middenin een rommelmarkt bleek te zigzaggen.
Tijdens de sportdag van het werk - een gezonde geest in een gezond lichaam, weet je wel? Hopla, 14 zware kilometers in het heuvelachtige bos te Huizingen.

Net geen 120 kilometer in mei - nog nooit zoveel gelopen in één maand.

Als ik er ooit klaar voor zou zijn, dan moet het wel nu zijn.
Mc Bride, here I come!

zaterdag 23 mei 2015

Niet mee

Dat het soms druk is: natuurlijk.
Maar wat ik vroeger zelden of nooit ervoer, ervaar ik nu soms meer dan me lief is:
dat ik niet meer mee ben. Een straat achter kom. Achter de feiten aan huppel.
 
Oh wat hou ik daar niet van! Echt niet.
 
Niet dat er catastrofale gevolgen zijn.
 
Mijn vertrouwen op het werk dat alles sowieso wel op tijd klaar geraakt, blijft, maar er komt een vleugje onaangename gejaagdheid bij. De was en strijk worden sowieso gedaan, maar de manden blijven in de gang staan. Echt geen zin hebben om op te staan. De winterschoenen geraken niet op zolder. Ik schrijf meer dingen op een lijstje dan ik er kan schrappen. Pas op zondagavond lees ik de kranten van de voorbije week. Om 21h sta ik te koken voor de dag erop. Zelfs mijn vrije tijd is drukker bezet dan me lief is.
 
Echt niets wereldschokkends, en niets onhaalbaars, maar niets voor mij. En het gaat niet eens over wat er allemaal moet gedaan worden, maar over mijn beleving hiervan.
Het mag gerust druk zijn, maar ik moet er vat op blijven houden.
 
Ik weet dat het zal verbeteren, want gaat het leven niet altijd in golven,
en ik weet dat er een heerlijke vakantie op komst is,
en ik weet dat zoveel mensen het zoveel lastiger hebben dan ons
maar tegelijk denk ik : pfffttt. Ik heb het eventjes gehad.

zondag 3 mei 2015

Jarig!

Eind april: feestweek!
We gingen vieren bij de Jarige Neefjes en het Jarige nichtje,
maar ook hier was er een Feestbeest te vinden.
 
Er stond veel op het programma voor Marijs.
 
Vijf jaar werd ze al. Daar mochten oorringen bij.
 
 
 
Ik ben niet zo'n dappere om een juwelier binnen te stappen en ongewone vragen te stellen, genre:
 "Kunnen jullie deze oorringen prikken zonder dat ik hier een nieuw paar kom kopen?"
 
Maar ze begrepen het, in de winkel.
 
Ida kreeg de oorringen cadeau van haar opa, die we nu ondertussen al twee jaar moeten missen,
en voor mij betekende het erg veel dat Marijs kon beginnen met precies dat paar.
"Er is meer dan enkel commerce in het leven", zei de madam,
en hopla, de oorringetjes zaten erin.
 
 
Bakken, dat vindt elk kind hier leuk.
Met drie kinderen tegelijk bakken, dat vind ik zelf een pak minder.
Gelukkig waren er twee naar de Chiro en hadden Marijs en ik de keuken voor onszelf.



 
Kleedje speciaal een maand in de kast laten hangen tot de Grote Dag op school!

 
En de jumpsuit opgespaard tot het familiefeestje.


 
Het tweede kleuter is bij ons ook het moment voor het eerste feestje met de vriendjes.
Donuts, boules de Berlin, eclairs en aardbeientaart, maar Marijs eet het liefst droge toastjes.



 
Oorringen, cadeautjes, vrienden, mooie kleren, familie, lekkers, trakteren...
Marijs heeft zo verlangd naar haar verjaardag,
en het was het aftellen waard!

vrijdag 17 april 2015

Vakantie!

Zat ik drie maanden geleden nog te piekeren:
"Een weekendje weg? Een midweek? Een week? Texel? Ardennen? Zeeland",
dan bleek dat het nergens beter is dan thuis.
 
Wat een vakantie! Twee weken samen in Nummer 81.
Met een druk programma - want ik ken onszelf.
Als we niets zouden voorzien, dan vergingen de dagen zonder meer.
Niets bijzonders. Geen vakantie, gewoon thuis, zonder écht iets samen te doen.
 
Daar zat ik drie maanden geleden ook over te piekeren.
Dat onze kinderen op de leeftijd zijn dat ze graag dingen doen met ons.
Dat zal ook niet blijven duren.
Dus als we graag nog eens als gezin de deur uitkomen, moeten we het nu doen.
Samen en doen: twee kernwoorden voor de paasvakantie.
 
We begonnen met op verschillende locaties paaseieren rapen.
 
 
Elk lid van Nummer 81 mocht een lijstje opstellen:
"Wat zou ik graag doen in de vakantie?"
 
Streefdoel was om zoveel mogelijk vinkjes te zetten.
 
Op mijn lijst stond onder andere: veel lopen. Check - is gelukt.
Het enthousiasme is nog steeds niet wat het geweest is,
maar kijk, ik rende toch 14 km, 8 km, 13 km en 15 km in anderhalve week,
en de vakantie is nog niet om. 
Die halve marathon: ik weet het nog steeds niet.
Maar ik loop alleszins nog - 't is toch altijd dat.

 
Ida wou graag veel bakken.
Snickerstaart, chocomoussetaart, cupcakes, 'magische vanillecake', Luikse wafels, roggebrood: check.

 
Ik wou graag veel puzzelen - check.
Met dank aan mijn schoonzus, die een karrevracht aan grandioze puzzels regelde.

 
Karel, die zet werkjes zoals 'omheinig herstellen' op zijn lijstje.
Kijk, als je dat tof vindt, vind je dat tof hé.

 
Victor had geen recht op een lijstje.
Was dat de reden dat hij enkele dagen spoorloos was?
Gelukkig kwam hij terug!

 
Karel werkte zijn houten beeld af.
Hoe hij het doet, ik weet het niet - het is echt supermooi.

 
Ik geloof dat het Ida was die naar de cinema wou. Leve de spaarpunten van de Brantano -
eindelijk konden we onze Kinepolis tickets verzilveren,
en we kregen er drie gigantische porties popcorn bovenop.

 
De houtvoorraad werd aangevuld.

 
'Met mama iets doen' - ook een populair item.
Dit keer onder de vorm: 'cannelloni maken met mama.'
 
 
Om niet de indruk te geven dat alleen Karel de werkende duts is:
ik spendeerde een namiddag aan het sorteren van meisjeskleren van op zolder,
en ruimde Marijs haar kleerkast op.
 
Elk heeft zijn talent hier.

 
We verwelkomden Jan de timmerman
om datgene af te werken waarvan we 5 jaar geleden zeiden:
"Dat doen we dan wel eens."

 
Palle wou graag schilderen,

 
en naar een natuurreservaat gaan.
Het werd de Blankaart in Woumen.

 
 
Marijs wou "mama's oorbellen kiezen" - check.
 
 
We reden naar twee Chinese restaurants die helaas gesloten waren,
ik ging een dagje shoppen in Gent met Katrien, onze vrienden uit de Goede Oude Tijd kwamen eten,
we maakten kennis met baby Louis, we installeerden ons bij Griet en Ben, we hadden een logé, elk kind ging minstens naar één feestje, we bekeken de Sound of Music en beluisterden de cd nog een paar keer, en Karel en ik fietsten het Groen Lint in Oostende.
 
Karel wou naar de Franse kust, dus dat deden we ook.
 
 
Stenen, daar is hij fan van.

 
Picknicken: voor de tweede keer zelfs al.
Check en check dus.

 
Helaas was het enthousiasme van de kinderen voor deze uitstap minder:
Marijs dacht "dat het toch echt wel warmer was in Frankrijk",
Ida vond het leukst "toen we weer in de auto zaten"
en Palle vond "de koeien het mooist." 
 
 
Zalige vakantie, en it ain't over 'till it's over -
dus ik blijf keihard in vakantiemodus.
 
Er zijn nog wel enkele vinkjes die we kunnen zetten.

zondag 29 maart 2015

Missie Halve Marathon: duim naar beneden

Tot en met de Ten Miles ging alles goed.
De week na de Ten Miles ging alles goed. 
Een halve week na de week na de Ten Miles ging ik naar de kinesist.

Ik kon vier dagen niet bewegen zonder vreselijke spierpijn.

Twee weken na de Ten Miles zonk de moed diep in mijn schoenen. 
Een maand na de Ten Miles, en twee maanden voor de Halve Marathon, zit ie daar nog steeds.

Dat lopen een mentale strijd is voor me, is eens te meer bewezen.

De zangeres tijdens de huwelijksplechtigheid die ik uitvoerde met stramme benen, zei me:
"Ik kan daar wel eens van genieten, van stijve spieren, 
omdat ik dan weet dat ik tot het uiterste ben gegaan."

Ik denk nooit zo.
Ik wil nooit tot het uiterste gaan. 

Toen ik me aan het afbeulen was tijdens de kine-sessie, dacht ik:
"Maar dat is hier toch niet meer normaal? Lopen is gewoon mijn hobby zeg, en ik ga hier kapot!"

Toen ik de dag erop amper de trap op kon, dacht ik:
"'t Is precies niet dat ik Olympische ambities heb hé."

Toen ik twee dagen nog altijd een halve minuut nodig had om op de toiletbril te gaan zitten, dacht ik:
"Als het zo moet, dan ben ik er gerust in hoor, in heel dat lopen."

Toen ik drie dagen later toch maar eens een Dafalgan nam tegen al die pijn, dacht ik:
"Lopen? Duidelijk buiten mijn kunnen, niets voor mij."

Vier dagen later had ik nog evenveel pijn,
zes dagen kon ik weer normaal bewegen,
zeven dagen later zat ik opnieuw bij de kinesist.

Ik zei het zoals het geweest was, hij geneerde zich een beetje,
ik zei dat hij er niet mee moest inzitten, 
hij zei dat hij me had kunnen helpen,
ik zei dat ik hem toch niet gebeld ging hebben want ongetwijfeld was ik in tranen uitgebarsten.
Want dat dat toch echt niet normaal was geweest. Zoveel pijn.

De bijhorende gedachten, die heb ik minder expliciet beschreven.
Maar ze kwamen neer op: "Dit heb ik er niet voor over.
Screw die halve marathon."

Ik neem de kinesist niets kwalijk.
Maar ik heb duidelijk niet de mentale weerbaarheid om met zulke tegenvallers om te gaan.
Ik ben geen bulldog die zich vastbijt.
Ik ben niet van het genre: "What doesn't kill you, makes you stronger."

Ik had geen enkele andere ambitie dan finishen.
Daar wou ik zeker wel wat moeite voor doen.
Maar dit, neen, dit had ik niet voor ogen. Dit alles was teveel gevraagd.
Krak, zei het in mijn hoofd.

Ik zou mezelf nu moeten vermannen en de spirit van een maand geleden herwinnen.
 
Ik ben op zich niet gestopt met lopen,
ik klok af op zo'n 90 kilometer in maart
- zelfs met de noodgedwongen pauze -
er zat zelfs alweer een toer van 14 kilometer tussen,
Rebecca blijft van alle kanten supporteren en motiveren,
maar het is niet meer hetzelfde,
en mijn tegensputterende rechterknie helpt ook niet.

Misschien kunnen mijn benen wel 21 kilometer aan,
maar ik weet niet of mijn hoofd mee kan.