zaterdag 6 februari 2016

Count your blessings

Ik hou niet van januari. Dat schreef ik toen ik niet eens besefte dat we nog geen maand later écht reden van klagen en janken gingen krijgen.Sindsdien is mijn voor- of afkeur voor maanden en seizoenen sterk geminderd. 

Sinds we ons op het werk bovendien steeds meer richten op rouw, dringt het alsmaar meer door dat ik elk moment moet meepikken, want het kan zo gedaan zijn. Dat klinkt misschien nogal aanstellerig, want huhuh, we weten toch allemaal dat het leven eindig is? Tuurlijk weten we dat, maar door mijn job ben ik daar letterlijk dagelijks mee bezig. En dat heeft zijn impact.

Al heeft mijn werk een sérieux die soms te zwaar doorweegt, toch zie ik er vooral de voordelen van in. Het leert me details te relativeren, en te focussen op de kern. Ik zou haast durven zeggen dat ik me bij momenten behoorlijk zen voel. En komen er dan kwetsende woorden, onaangename situaties,  belachelijke meningsverschillen, dan kan ik steeds beter denken: "Tant pis."

Want ik heb echt iets geleerd vorig jaar, echt waar.
Het klinkt vreselijk naïef, maar ik probeer elk moment te koesteren.
Misschien net omwille van het besef dat er maar één zuchtje nodig is 
om de hele boel als een kaartenhuisje te doen ineenstorten. 

En zolang het nog niet zo ver is, moeten we ervan genieten.
Aan zee bijvoorbeeld, samen, met ons vijven. 







Door onze schone werkuren, maar al evenzeer door een redelijke doorgedreven organisatie hier in huis, kunnen we eigenlijk wel genoeg tijd maken voor zulke dingen. En voor andere. 

Karel maakte zijn houten beeld af, net zo ontoerend als zijn eerste.
Zijn volgende heb ik al geclaimd om in mijn bureau te zetten. 


Moet lukken, nu zijn kot afgewerkt en ingehuldigd werd. 



Ik blijf lezen ondertussen -
al ben ik nu, begin februari, nog maar twee boeken ver. 
Dat beide boeken samen meer dan 1000 pagina's besloegen, zat daar natuurlijk voor iets tussen. 

Wanneer Ida naar de Kinder- en Jeugdjury gaat, placeer ik me in de rode zetel in de bib naast de mama die er de vorige keer ook zat. (Ik vroeg me trouwens nog af waar de bibliothecaris heen ging met zijn fototoestel.) Boek nummer 3, ook 600 pagina's.


Verder probeer ik nog steeds wat op mijn voeding te letten, zelfs al ben ik alweer content met het cijfer op de weegschaal - en dat lukt best wel goed tijdens de werkweek. Toch één voordeel aan het feit dat een weekend maar twee dagen telt.


Om te lopen maak ik ook nog altijd tijd, en nu ik dat volledig ambitieloos doe gaat dat echt bijzonder vlot. Zodanig zelfs dat ik op mijn eigen manier een beetje een strever word: toen ik mijn vooropgestelde januari-doel van 100 kilometer niet haalde omwille van een nekblokkade, ging ik na mijn bezoekje aan de osteopaat zelfs twee dagen na elkaar lopen. Tsjakka: saldo januari104 km, heerlijk op mijn gemakje met Iron Maiden in mijn oren.


Al moet alles goed vooruit gaan bij mij (behalve als ik loop, dan): ik probeer stil te staan bij wat mooi en goed is. Bestond er vroeger geen blogreeks 'count your blessings'? Ik denk dat ik er eindelijk aan toe ben om deel te nemen.


Maar natuurlijk is niet alles altijd even koek en ei, amai nog niet. Mijn nek deed pijn, bepaalde woorden kwetsten me, als ik moe ben kan ik niets verdragen, en sowieso kan ik van nature erg onredelijk en lichtgeraakt reageren. Maar ontspannen leven kan dus, zeker als er voldoende tijd is: een mooi evenwicht tussen werk en thuis, tussen mezelf en anderen - en op dat vlak was januari een topmaand.

Al ben ik een pak minder zen als er accidenten gebeuren in de keuken. 


zondag 3 januari 2016

Ge2015't

Gezien: Willem Vermandere, Laïs, Flip Kowlier, Het Zesde Metaal, Wannes Cappelle, Vos en Wezel... We gaan nooit naar de cinema en zelden uit eten, maar een goed optreden maakt ons oprecht content.

(Update: we gingen gisteren, met gratis tickets dankzij de Gezinsbond, naar Mocking Jay part 2 met zijn tweetjes - de laatste keer dat we alleen gingen, was ik hoogzwanger van Ida!)

Gelezen: Ik had in mijn hoofd om dit jaar 52 boeken te lezen: elke week eentje, zogezegd. Missie meer dan geslaagd: met 64 boeken in 2015 ben ik er vlotjes over gegaan. Lichtelijk met vertraging heb ik keihard genoten van de Millenium Trilogie, en vervolledigen verder de top:

Terry Hayes: Ik ben Pelgrim 
Jon Bauer: Hoeveel regen 
Jan Vantoortelboom: Meester Mitrailette

Bijzonder eervolle vermeldingen zijn voor
P.F. Thomesé: De onderwaterzwemmer
Jonathan Coe: Het huis van de slaap
Brady Udall: De eenzame polygamist
Gabrielle Zevin: De verzamelde werken van A.J. Fikry, boekhandelaar

(Update: Ondertussen ben ik bezig aan mijn eerste van 2015, de nieuwe van John Irving)

Gelopen: 874,4 km, met een piek van 118 km in mei, de maand voor de Mc Bride, gevolgd door 4 maanden vol loop-afkeer. Al ben ik nooit gestopt, het is pas sedert oktober dat het loopplezier echt terug is. Wat ook te merken is aan de laatste afstanden: van 27,1 km in oktober naar 61,4 in november naar 82,6 km in december. Misschien moet ik een Ten Miles wedstrijd zoeken - want die vond ik wel leuk dit jaar.

Update: De eerste 9 km van 2016 zijn ook alweer een feit.

Geweest: we gingen drie weken naar de Landes, en deden een weekendje Zeeland in familieverband, beiden zeer aangenaam en deugddoend. Wat doet afvragen: waarom doen we dat dan eigenlijk zo weinig? Misschien moeten we toch eens meer uit ons huis komen, want er er is zoveel te doen en te beleven. Alhoewel:

Gepland: in de paasvakantie van 2016 maken we van onze huidige badkamer een dressing, en wordt een deel van het plat dak een nieuwe badkamer. Al een geluk dat onze reis in de grote vakantie al geboekt en betaald is, zodat we hoe dan ook vertrekken - los van het saldo op onze rekening.

Gedacht dat ik met deze blog zou stoppen: eindeloos veel keer. Maar ik ben op veel vlakken nogal een stugge, die niet zo gauw dingen verandert, dus tja, ik laat Nummer 81 maar dobberen op het www. Al is het maar omdat ik daardoor tot de vaststelling kom dat we te weinig ergens komen, en stiekem toch al een weekendje weg aan het plannen ben (voor de verbouwingen, natuurlijk).

Update: het weekend ligt al vast, nu nog het ideale huisje vinden.

Gedaan: veel maar het kan altijd beter. Al kan ik gerust drie dagen niet buiten komen, en is iedereen nogal graag thuis, het blijft een aandachtspunt hier, vind ik, om meer als voltallig gezin te ondernemen. Dat vind ik echt al lang, trouwens. Simpel voorbeeldje: we wonen op een half uur van de kust, maar als ik de Noordzee drie keer heb gezien dit jaar, is dat veel.

Gestressed: 2 uitgesproken stress-factoren in mijn leven dit jaar, waarvan eentje grotendeels opgelost geraakte. Positief klinkt dat als: "Oef, de helft beter." In een mindere bui klinkt dat helaas anders. Dagdagelijkse stress heeft iedereen, veronderstel ik, dus die zien we maar over het hoofd.

Gewogen: Ik weeg mezelf niet veel, want ik schommel toch altijd ergens eind de 60, wat voor mijn 1 meter 77 een goed gewicht is. Tot ik vorige week nietsvermoedend eens op de weegschaal stapte, en een nieuw cijfer vooraan ontdekte. Niet dat het in gewicht zo'n wereld van verschil is, maar in mijn hoofd klinkt het: elk jaar een klein beetje erbij, maakt een vat van me tegen dat ik in mijn 'blokjaren' (dixit mammie) kom en dan is het einde helemaal zoek, dus: eventjes de rem erop.

Update: geen chips in de cinema, wel zelfgemaakte havermoutkoekjes meegenomen van thuis.
Geraakt: werd ik vooral door mijn werk - wat betekent dat er geen tragedies zijn voorgevallen in onze omgeving dit jaar, oef! Maar ik blijf wel denken aan die terminale leeftijdsgenoot die ik enkele keren sprak, om even later, sneller dan verwacht, haar afscheidsplechtigheid te schrijven. Die is zwaar aan de ribben blijven kleven, en zo zijn er nog wel enkele mensen en situaties. Sterven en rouwen: een steeds groter onderdeel van mijn werk, en ik kan niet uitleggen hoezeer ik daardoor bezig ben met de eindigheid van het leven.

Geraakt: gelukkig ook door zoveel mooie dingen: als onze kinderen samen onnozel aan het doen zijn, Marijs die haar brevet haalt, Karel die soms gespogen zijn vader is, ...

Gelachen ook. Gepuzzeld, gebakken, geruzied,  genoten, geschreven, gewerkt ...
Gehoord van enkele vriendinnen die dat niet zeggen om te slijmen: dat ze onze menage een mooi voorbeeld vinden, een systeem dat op zijn geheel functioneert, maar ook nog eens goed draait voor elk individu op zijn eigen. Dat weet ik wel eigenlijk, maar het is goed om het te horen, want uit mezelf onthoud ik vooral hoe luid ik geroepen heb, hoe wispelturig ik gereageerd heb, hoe slechtgezind ik opgestaan ben, ... 

Geluk: met onze goede gezondheid, onze job, onze omgeving, en vooral ons gezin.
Want dat heb ik in 2016 ook 

Geleerd: het draait vooral om ons. Natuurlijk zit ik in met de wereld en het klimaat en whatever allemaal niet, en natuurlijk zijn onze familie en vrienden ook van het allergrootste belang. Maar als het hier in huis niet goed zit, hoe kan de rest dan marcheren? Mijn grootste verwachtingen liggen dan ook hier: ze worden vaak ingelost, en als dat niet het geval is, geraakt alles toch met de mantel der liefde bedekt. 

vrijdag 25 december 2015

* Opnieuw *

Binnenkort begint het allemaal opnieuw, beleven we alles opnieuw. 

 Correctie: het begint niet opnieuw. Want opnieuw beginnen impliceert dat het gestopt zou zijn, en dat is niet het geval. Het is nog nooit gestopt, en ik vermoed dat het ook nooit zal stoppen. Maar bepaalde data triggeren nu eenmaal extra. Dit moment – het einde van het jaar – is misschien wel de grootste trigger. Want eind 2012 begon de ellende.

 Hij telde af naar zijn pensioen, en wij telden met zijn allen enthousiast mee. Ik herinner me nog erg goed dat ik hem een sms’je zond: dat ze vanaf nu wekelijks naar de markt in Poperinge konden gaan, om daar op hun gemak te aperitieven, wat een leven ging dat niet zijn zeg, de chansards. Little did we know. Hij ging met pensioen, we vierden kerstavond en nieuwjaar samen, hij ging naar het ziekenhuis … en hij keerde nooit meer terug. Nog geen drie maanden na de diagnose was zijn leven voorbij. Dat verhaal is er altijd. Maar wat ik precies opnieuw beleef, varieert. 

 Ik zie mezelf nog staan bij mijn collega Nele, en ik hoor mezelf zeggen dat het toch nog kon meevallen, met een stem vol twijfel. Een dag later was de zekerheid er al: het was slecht, heel slecht. 

We gingen dat weekend naar het ziekenhuis met ons allen en deden zo gewoon mogelijk.Het was leuk in de cafetaria. Misschien omdat hij zelf zo vrolijk was met Marijs op zijn schoot, omdat hij genoot van de complete familie om hem heen, van zijn rondvlammende kleinkinderen. Misschien lukte het ons omdat niemand op dat moment besefte wat nog komen ging. 

 Wat kwam, was hels. Veel meer valt daar niet over te zeggen: dat het gruwelijk en onmenselijk was, wreed en onrechtvaardig. Die episode heeft me maandenlang parten gespeeld, en doet dat nog steeds, maar minder prominent. 

 Andere dingen zijn in de plaats gekomen, ander verdriet. 

 Dat hij zijn kleinkinderen niet beter kon leren kennen, en omgekeerd, vind ik nog steeds te pijnlijk voor woorden. Het is aandoenlijk en voorbeeldig hoe ze opa’s tafeltje versieren volgens de periode van het jaar, maar het blijft sucken dat hij een foto in een kader is geworden in plaats van een opa van vlees en bloed.


 Het feit dat hij de kans niet kreeg om de vruchten te plukken van zijn leven van keihard werken, blijft ook een bittere pil. Een mens met zoveel goesting in het leven, die zijn omgeving verblijdde door gewoon zijn aimabele zelf te zijn, iemand die nog zoveel wou… Zoiets verteert niet. 

 Wat ik me keihard probeer níet af te vragen, omdat het toch geen zoden aan de dijk zet, is de vraag hoe hij alles moet beleefd hebben. Dat onderwerp vermijd ik zoveel mogelijk want het is een vreselijk confronterende vraag, waarop welk antwoord dan ook alleen maar pijn doet. Hoe hij het ook beleefd heeft: het moet verdorie niet normaal geweest zijn. 

 Maar er is ook weer meer plaats voor de mooie herinneringen.

 Hoe hij reclame hoorde voor een circus toen hij aan het werk was,
en meteen alle kleinkinderen mobiliseerde om te gaan kijken. 

 Mijn eerste ontmoeting met hem: Karel die een deuk in zijn moeders auto reed,
en hij die zei: “A mo Kareltje toch…”

Dan vindt Karel de stapel latjes die hij nog gezaagd had om de haard aan te steken, en denk ik met een warm gemoed "Ja, die mens was toch altijd graag bezig hé."


 De woensdagnamiddagen waarop hij nooit tijd had om lang te blijven, en toch lang bleef. 

 Hoe hij altijd mijn kant koos: 
Karel die geen douche wou beneden, en ik die dan vroeg: “Wat zou jij doen, Paul?” 
 “Mo vaneigens dat je daar een douche moet steken, je ziet dat van hier!” 

 Hoe hij sprong als je hem nodig had, zelfs al wist hij niet waarvoor. Maar als je iets vroeg, dan deed hij het, sowieso. We hadden het al afgesproken: als hij dan met pensioen was, en het sneeuwde, dan ging hij me elke dag voeren en komen halen op mijn werk: “Natuurlijk dat je dan niet met je velo moet zeg.” 

 Sedert hij dood is, heeft het niet meer gesneeuwd. 
Maar als het weer zal sneeuwen, zal dat het eerste zijn waaraan ik denk.

vrijdag 27 november 2015

Najaar

Wat is me dat eigenlijk geweest de laatste maanden?

Dat het najaar druk is op mijn werk, dat ben ik ondertussen al gewoon, maar zo druk zoals septemberoktobernovember? Nog nooit. En dat nu al een half jaar met drie, in plaats van met vier.


En het meeste wat we doen heeft natuurlijk te maken met tristesse en met de zware dingen des levens.
Dat ligt me wel, maar toch, soms voel je die zwaarte echt doorwegen.

Chance dat het de laatste twee weken wat kalmer is op het werk. 

En dan kregen we een nieuwe poetsvrouw die eigenlijk niet zo goed poetste, 
spendeerde ik uren en uren op internet op zoek naar onze droom-vakantiewoning, 
leerde Marijs zwemmen zonder bandjes,


en staken we regenputten, 




(en bedachten we dat de buurman nog duizend keer meer werk heeft dan ons),

was onze dampkap weken aan een stuk kapot, zo lang dat 
 ik niet kon blijven volhouden 'zonder dampkap kook ik niet',  
en was de snelste consultatie die we bij de oogarts konden krijgen 'over vier maanden',
dus waren wij nummer 18 tijdens de vrije consultatie.


En dan ben ik ook nog ziek geweest:
de ene keer klonk ik alsof ik uit mijn eigen graf was opgestaan,
de andere keer kon ik zelfs geen stylo meer vasthouden wegens één of andere insectenbeet.

Door de penicilline die ik daarvoor moest nemen, moest ik forfait geven voor de Vredesloop,
 maar Rebecca zou Rebecca niet zijn als ze het daarbij zou laten, dus hopla, enkele weken later sleurde ze me mee voor 16 km in het pikkedonker. Charlotte is ook weer in een loop-mood, en ook dat is goed voor mij, want dan loop ik zelfs als het slagwater regent of er belachelijk veel wind is. 

Chance! Chance dat we omringd worden door zulke mensen.

Mensen om samen mee te lopen en te gaan eten,
vrienden om klaagsms'jes naar te sturen de maandagochtend, 
kennissen die ons inviteren voor een show van Piv Huvluv,
die vriendin die de ene na de andere tenue het pashokje binnenbrengt,
inclusief 'oh neen dat zeker niet' en 'ja, echt iets voor jou'.


Chance van Steve die mijn smartphone instelt, 
chance van al die mama's waarmee we afspreken om te voeren,
chance van de grootouders die bijspringen.

Chance van onze structuur en planning,
want op die manier hebben we ondanks alles toch nog een beetje tijd over.
Tijd voor toffe dingen.

Zo zagen we Peter en de Wolf in het Cultureel Centrum en
creëerden Marijs en ik een landschap geïnspireerd op Wurm.


Karel en ik namen Ida mee naar Het Zesde Metaal,
en binnenkort mag Palle mee naar Laïs. 

We gingen op familieweekend naar Zeeland,


Karel en ik liepen mega-romantisch zij aan zij de grandioze Ieper Trail,


we genoten verschillende keren van Ons Grote Idool Willem Vermandere,


en we treurden om die andere held, Armand.


De Sint had ook bijzonder zijn best gedaan


en we kochten voor de laatste keer een abonnement op Plopsaland,




waar ik nog altijd liefst op niets zit.

Al bij al niets nieuws onder de zon dus.

zondag 13 september 2015

Dwars door Ieper


hoe zal 2015 de annalen ingaan? 

Als extreem, extreem, extreem, maar dan ook echt extreem nat.
Niet normaal hoeveel regen er was. 
Nu loop ik wel liever in de regen dan in de hitte, maar zóveel regen,
 dat was er misschien wel een beetje over.

Er was minder publiek, er waren minder lopers.
Wat ik op zich wel fijn vond, eigenlijk. 
En de belangrijkste supporters waren er gelukkig wel.


En de vrienden ook! 

Het is tof om in eigen stad te lopen, zeker op het mooie parcours van de Vestingen,
maar nog toffer als je aan de start een beetje kan kletsen met je vrienden.
Over het weer en zo.


Dwars door Ieper blijft ook zoals steeds:
de wedstrijd-van-7-km-die-geen-7-km-is. 

Mijn Tom Tom houdt het op een kleine 6,5 km, 
en zegt daarbij dat ik aan 5,53 minuten per km liep.
Wat voor deze zondagsloper écht fenomenaal goed is, al zeg ik het zelf.

En ik vond het gewoon ook leuk, zeker toen ik mijn gynaecoloog inhaalde, ha!
Ik heb best wel wat lopers ingehaald trouwens.
Starten doe ik naar gewoonte erg traag,
maar daarna kon ik lopen, en lopen, en blijven lopen. 

Vandaar mijn glimlach naar de eindstreep toe.


Het blijft een feit:

Best dat Rebecca niet begonnen is over de Mc Bride van volgend jaar of ik ging nog ja zeggen, stel je voor zeg.

vrijdag 11 september 2015

Lieve hartje smartphone

Ik heb jaren gedaan met Nokia's. Een grijze, een roze, nog een roze, en dat was het dan, denk ik. Misschien zat er ook een blauwe tussen, dat kan.

Op een gegeven moment begon ik te denken over een smartphone, 
maar verder dan 'een witte' kwam ik niet. 
Waarop Steve zei: "Maar ik heb nog een witte hoor. Je mag hem hebben."
Ja, zulke vrienden heb ik dus, olé! 

Zo heb ik nu dus een witte Samsung, 
dubbel zo groot als mijn laatste Nokia, meer dan dubbel zo cool ook. 

Ik durfde er niet veel mee in het begin. 
Ik durfde er eigenlijk amper aankomen, want mijn Nokia kletterde dagelijks gemiddeld 3 keer op de grond. 
Dat wou ik mijn nieuwe schone smartphone niet aandoen.
Hij zou het ook niet zo goed doorstaan als de Nokia, denk ik.

Ondertussen ben ik er niet meer bang van. 
Neem ik zelfs foto's, wat de eigenlijke reden was waarom ik een smartphone wou.

Zoals van Victor, op één van de weinige plekken waar hij nog rust vindt.


Zoals voor-en-na's op huishoudelijke topdagen.
(De voor is enkel voor de privé-archieven)


Zoals foto's van plantjes op het werk, 
ter illustratie aan Palle, die eenzelfde stekje aan het grootbrengen is op zijn kamer.


Zoals van Minion, die zich bij ons gevestigd heeft toen we op reis waren, 
en die Victor geen minuut rust meer gunt,
behalve wanneer ze gezellig samen liggen te soezen,
(en ik de achterdeur niet meer durf opendoen omdat ik de idylle niet wil storen.)


Zoals van Ida, die zes jaar anekdotes en uitspraken van haarzelf zit na te lezen.


Zoals die keer dat ons huis veranderd was in Duplo-land.


Het is duidelijk dat ik nog geen echt goede smartphone-fotograaf ben,
dus laten we de selfies maar voor wat ze zijn,
tenzij een zeldzame slaapwel-selfie vanop mijn bureau naar het thuisfront,
wanneer er eentje getroost moet worden nadat ze op haar gezicht is gesmakt.

Best dat ik op haar foto al gezien had dat de schade binnen de perken bleef.