vrijdag 6 maart 2015

Missie Ten Miles: geslaagd!

Het was fantastisch!
Het ging fantastisch!
Alles ging beter dan ik ooit had durven hopen.

Ik ga niet zeggen dat het voor niets ging. Dat zou erg arrogant zijn, en zou al die kilometers die ik vooraf afgelegd heb om dit doel te bereiken, teniet doen. Ik heb me er de voorbije maanden echt voor ingespannen, en ik heb zondag zelf ook 16 kilometer stap voor stap zelf gezet tot ik over de finish kwam. Maar het ging, echt. Het lijkt wel of het harde werk achter de rug was, en ik nu enkel nog de vruchten moest plukken. Fantastisch.

Natuurlijk had ik ook het geluk dat alles volledig meezat.  

Het deed me echt veel plezier om in de uren voor de start van collega's, vrienden en familie berichtjes te krijgen om me succes te wensen, en me te zeggen dat dat allemaal wel ging gaan, en ik nergens mee moest inzitten. Net voor we vertrokken smste mijn schoonbroer Pieter dat ik vlug nog eens mijn mails moest checken. Kreeg ik daar wel geen fotoreeks zeker, van hem, Leen en de kindjes met een spandoek. Ze waren graag komen supporteren, maar geraakten er niet, dus poseerden ze maar met hun spandoek voor de foto. "Lieve runs the Ten Mile with a smile"

Al zulke dingen, ik ben daar een tere aan. 
Het deed me allemaal evenveel plezier.

Plezierig werd het ook in de auto. Ik herinner me helemaal niet meer waarover Steve, Rebecca en ik gepraat hebben onderweg naar Brugge, maar het was wel reuzegezellig en grappig. Ik was ook echt blij dat ik bij hen was toen we arriveerden bij de inschrijving, anders had ik me vast nog meer geïntimeerd gevoeld tussen al die mannen met compressiekousen, dames met shirts aan die ze kregen toen ze een marathon liepen, en lopers die benen aan het insmeren waren met gel. 

Dat was toch wel een groot verschil met Dwars door Ieper, bijvoorbeeld. Daar loopt iedereen mee: getrainde atleten, maar ook leerlingen die elke 500 meter 200 wandelen, lopers die net Start to Run hebben gedaan, mensen die eens gek willen doen en voor de fun een wedstrijd gaan lopen... Dit was echt wel anders. Ik voelde me direct weer de Lieve uit de turnles in het middelbaar, en dat verbeterde niet op de bus naar de start in Oostende. Ik op zo'n bus zeg, temidden van al die afgetrainde sportievelingen die op een zondagochtend al vroeg op de baan zijn om 16 kilometer te gaan lopen - hier hoor ik echt niet bij. "Jawel", zei Steve, "jij bent er ook zo ene", en ik rolde ver onder mijn zetel van het lachen. 

Aan de start stond Karel met de kinderen, geweldig. Tijdens het wachten was het ijzig koud en de kinderen hadden hun enige televisie-ochtend van de week moeten opgeven, maar ze stonden er, en dat was echt fijn. En handig ook. Want zo freezing dat het was tijdens het wachten, al die lagen kledij gingen overbodig worden tijdens het lopen. We konden alles netjes aan Karel geven, nog een laatste plasje in zo'n mottige wc-kabine doen, en daar gingen we. 




Steve ver voor ons uit, Rebecca en ik helemaal langs achter met slechts een handvol lopers nog achter ons. Misschien niet de meest aangenaam plek voor Rebecca, maar wel daar waar ik mij het meest comfortabel voel. We hadden afgesproken om samen te starten en minstens een kilometer of 12 samen af te leggen, daarna zouden we wel zien. Wilde zij versnellen om toch voor een bepaalde tijd te gaan, dan deed ze maar. Mijn enige doelstelling was finishen, dus versnellen, neen niets voor mij.



We waren sowieso al sneller vertrokken dan we normaal lopen.
Als ik alleen loop, ben ik helemaal een diesel.
Als ik met Rebecca loop, kreun ik de eerste kilometers altijd "Niet te rap wi zeg."

Maar een wedstrijd is toch iets anders dan het gewoonlijke toertje malen, dus hoe dan ook ren je ietsje sneller. Bovendien waren de omstandigheden ideaal: een vlak parcours zonder ook maar één wandelaar of fietser onderweg, een heerlijk zonnetje, en een felle wind in de rug die ons op bepaalde stukken echt vooruit duwde. Kon niet beter zijn! 

Halverwege speelden we zelfs ons shirt uit om verder te lopen in ons topje.
Halverwege stond ook Karel! Super! Na de start had hij snel de kinderen naar mijn broer en schoonzus in Oostende gevoerd, en zijn plan was om mij dan aan de finish in Brugge te komen oppikken. Maar halverwege, in Stalhile, stond er in de verte iemand te wuiven naar ons! Zo fijn!

Was het omdat we hem gezien hadden, 
of was het door het gelletje dat we aten,
(en waarvan ik de helft op mijn broek gemorst heb),
ik weet het niet, maar we begonnen steeds vlotter te lopen. 
Steeds sneller ook.

Al heb ik minstens tien keer gezegd tegen Rebecca
"Maar nu mogen we echt niet meer sneller hoor", 
we hebben blijkbaar niet anders gedaan.
We begonnen systematisch een pak lopers in te halen.

"Eerst die 2 met hun Olifanten-shirt,
dan die jongen en dat meisje, 
die ene mens moet ook lukken,
die vier halen we ook wel bij."

Wat een boost voor de moraal is dat niet zeg.
Normaal doen we 6 minuten 20 over een kilometer, maar zondag gingen we daar vlotjes over.



Rebecca en ik zijn echt goed voor mekaar op dat vlak. 
Ik zorg ervoor dat zij niet al haar kruit verschiet tegen dat we halfweg zijn,
en zij dwingt mij buiten mijn comfortzone te gaan. 

En het blijft gewoon ook leuk. 
We hebben getetterd zoals we anders tetteren, 
en op kilometer 15 plooide ik dubbel van het lachen.
Ik voelde haar al aankomen.

"15 kilometer... Eigenlijk is het wel een makkie hé?"
"Mja, makkie nu niet, maar het valt echt wel goed mee, beter dan ik had verwacht."
"Jij overschat zulke dingen toch altijd hé, denkt altijd dat het veel erger zal zijn."
"Ja dat is wel waar."
"Dan is het nu misschien het moment om het te vragen: wat zou je denken van de Mc Bride Run?"
Strike lag ik, volledig strike.



Tuurlijk zijn wij geen loopwonders.
We hadden er dan wel tientallen ingehaald: er waren er al meer dan 650 voor ons aangekomen.

Maar het ging vlot, ik was niet steendood, had zelfs nog adem over, 
en zoals we onderweg zeiden: 
"Eila, eila, wij zijn wel werkende moeders met drie kinderen hé, 
en we hebben ze zonder epidurale ter wereld gezet, 
en ziet ons hier eens lopen."

Om maar te zeggen dat we ons ook geamuseerd hebben.


Daarna kon ik me douchen bij mijn broer in Oostende,
mijn voeten onder tafel schuiven voor een portie verse frietjes,
en tijdens de namiddag gingen we met zijn allen als een bende gepensioneerden op een terrasje in de zon zitten, 
terwijl de kinderen speelden op een speelpleintje.

Topdag.

En 's avonds bestelde ik een echte loopbroek via Zalando, 
want nu ik toch een sportieveling lijk te worden, mag ik me daar toch wel naar kleden ook.

Zeker met een Missie Halve Marathon voor de boeg.

vrijdag 27 februari 2015

Missie Ten Miles: we zijn er bijna!

Nog twee dagen, en dan loopt deze nummer 476 Ten Miles tussen Oostende en Brugge.

Ten Miles, ofwel zestien kilometer.

Toen ik nog niet liep, en ik hoorde van Ten Miles, of van halve marathons, dacht ik: "Ja ja, goed hoor, fijn voor je" zonder te beseffen wat die afstanden precies inhouden. Ik dacht dat mensen dat zomaar eens liepen omdat ze er zin in hadden gewoon. Ik besefte absoluut niet dat zeker een mens zoals ik - van het onsportieve, niet lenige, motorisch totaal niet begaafde genre - daar ferm veel moeite moet voor doen. Sedert mijn voornemen liep ik ongeveer 350 kilometer. Dat zijn vele, vele, vele uren, en meer door regen en wind dan wat anders. Gelukkig meestal wel in goede compagnie.
 
Gebaseerd hierop, denk ik dat het zal wel moeten gaan zondag. Ik weet dat ik de meet haal - aan dat feit op zich twijfel ik niet. Oké, er kan altijd iets voorvallen, maar normaal gezien leg ik die zestien kilometer gewoon af. Zelfs al regent het pijpenstelen en waait het als een gek - zoals de weersvoorspellingen en momenteel uitzien. (Soms kan een mens ook teveel informatie hebben.) Maar in welke toestand arriveer ik aan de finish? Ik hoop op lachend en welgezind, met nog wat adem op overschot, maar na mijn laatste loopsessies begin ik daar toch aan te twijfelen. Sowieso heb ik me nog beter en minder vermoeid gevoeld, en de laatste keren was ik vooral erg content als we stopten - na 12 kilometer, na 14... En daar moeten dus nog wat kilometers bij.

Ik deed trouwens ook die inspanningstest, waaruit ik bleek over een zwakke basisconditie te beschikken. Aanvankelijk was ik een beetje verontwaardigd - want hey, was ik dan misschien half dood voor ik liep of zo? - maar eigenlijk kan ik goed snappen waarom dat oordeel viel: mijn hartslag gaat te snel te hoog. Ik moet toegeven: ik heb weinig gedaan om die basisconditie op te krikken. Want om dat te doen, zou ik vooral veel trager (nog veel trager) moeten lopen, en in gezelschap lukt dat niet zo goed. Ook alleen vind ik dat eigenlijk een moeilijke opdracht. Ik begin altijd traag, sowieso, maar als ik na een half uur een beetje in form ben, begin ik automatisch te versnellen, zeker als ik dan luister naar net dat ene favoriete liedje. Stel, - stel, want momenteel zie ik het echt niet gebeuren - dat ik voor de halve marathon van de Mc Bride ga, dan ga ik me daar toch eens moeten voor smijten.
 
(Noot: mijn snel is nog altijd traag voor de gemiddelde loper.)

Ondertussen heb ik ook al een vijftal kine-beurten achter de rug. Nu kan ik echt niets slechts zeggen hierover: de kinesist woont niet ver van onze deur en werkt ongelooflijk veel, dus ik kan eigenlijk elk mogelijk moment gaan, hij heeft mij erg goed uitgelegd wat het probleem is, dus ik snap waarom ik daar ben, week na week voelde ik de knobbel in mijn hamstring afnemen en ondertussen loop ik weer zonder pijn, het is een vriendelijke stipte mens met een mooie stem trouwens, maar och! Die mottige oefeningen! Bweurk! Core stability, echt, ik snap waarom ik er nood aan heb, maar zijn red cord tuig... Ik kan zo voor de vuist weg een miljoen dingen opsommen die ik liever doe. Ook in zijn andere oefeningen ben ik verre van een hoogvlieger. Hij legt me er twee uit, en tegen dat ik klaar ben met de eerste reeks ben ik allang vergeten wat de tweede is. Zelfs als hij het me zelf toont, sta ik te kijken als een hond op een zieke koe. Ik zie wat hij doet, ik weet wat ik moet doen, maar hoe ik het moet doen: geen flauw idee. En dan gaat het niet over ingewikkelde dingen hé, neen, dan moet ik gewoon met een recht bekken over een bankje stappen. Triestig, echt triestig.

"Beetje weinig coördinatie hé."
"Zeg gerust maar geen hoor, Ward."
"Maar je bent echt goed bezig."
"Je moet me niet paaien hoor."
"Ik paai je niet, ik stimuleer je."
"Je paait me."

Ach weet je wel,
ik ga gewoon lopen zondag,
samen met Alain, Rebecca en Steve,
ik ga de laatste van ons vier aankomen,
maar aankomen, dat ga ik!

(Hoop ik)

woensdag 25 februari 2015

Jarig!

Acht jaar is hij al, onze middelste.
Dat werd uitgebreid gevierd!



Acht jaar!
 
Hij gaat naar de chiro en zegt met zijn meest onschuldige blik "oeps"
als hij mijn blik op zijn slijk-tenue ziet.
 
(Een blik die hij trouwens verkeerd interpreteert,
want in feite denk ik dat hij niet vuil genoeg kan zijn op zo'n zondagnamiddag.
Daarvoor sturen we hem.)
 

 
Acht jaar!
 
Hij stond erop om zelf cakejes bakken voor zijn klasgenoten,
en zijn grootste fan deed niets liever dan hem helpen.

 
Acht jaar!
 
Een leeftijd waarop ze willen snoepen, en zingen, en spelen, en nog steeds een kroontje willen,
en waarop ze krom liggen van het lachen door een scheetkussen -
zeker als ze dat scheetkussen op de stoel van de meester gelegd hebben.
 
 
 
Acht jaar!
 
Oud genoeg om met de andere jarige van de week naar een optreden van Laïs te gaan.
Hij was al fan, en is dat nu nog meer. Vanop de eerste rij hadden we een geweldig zicht op de zangeressen, en zij ook op hem - waarop hij zich onder zijn jas verstopte van schaamte.
 
Toen we Annelies achteraf tegenkwamen bij de toiletten, en zij zei
"Oh, jij bent die lieve jongen van op de eerste rij, die de hele tijd zo mooi zat te kijken"
zakte hij bijna door de grond,  maar we gingen toch een cd kopen en laten signeren.
Sindsdien heeft hij al twee liedjes volledig uit zijn hoofd geleerd, en is het cd-boekje in slechtere staat dan hetzelfde boekje dat we zeker al 15 jaar hebben.
 
Acht jaar - en al wat hij kan morsen, morst hij zeker.

 
Acht jaar!
 
En meer en meer zie ik zijn vader in Palle.
Ik zie het vooral in zijn eindeloze interesse in van alles en nog wat,
de zin om dingen te doen met zijn handen,
de liefde voor knutselen en creëren, de wil om dingen te begrijpen en doorgronden.
 
De laatste tijd verdwijnen ze soms samen in het kot,
en dan komen ze terug met een pinguïn of een eland.
 
 
Acht jaar.
 
Dat heeft al een eigen mening en al, en komt er ook voor uit.

 
Acht jaar!
 
Hij verslindt boeken en strips,
blijft verslingerd aan Duplo en pluchen beesten,
springt als een bommetje in het zwembad maar wil liefst niet alleen in een kotje,
kan volledig opgaan in zijn fantasie en urenlang spelen met zijn kleine zus,
en blijft nog steeds even teerhartig als voorheen - tot grote ergernis van zijn grote.
 

 
Acht jaar!
 
Hij wil eindelijk gaan logeren, ging zelfs mee op chiroweekend,
stelt nog steeds de gekste vragen, kan voor het minste in tranen uitbarsten,
zit elke ochtend over de krant gebogen, beseft vaak zelf niet hoe luid hij klinkt,
zou alles bijhouden en verzamelen, wil nog steeds een geitenboerderij combineren met een kinderopvang, snapt totaal niet wat er tof zou kunnen zijn aan voetbal...
 
Acht jaar Palle,
dat er maar altijd zoveel te vertellen blijft!

zondag 15 februari 2015

* Jarig? *

Vandaag is het je verjaardag.
Nou ja, is het eigenlijk nog je verjaardag?

Eigenlijk is het geen verjaardag.
We tellen geen levensjaren meer bij. Niet meer voor echt.
We rekenen uit hoe oud je nu zou geworden zijn.
Maar je wordt het niet meer.
Je blijft steken op 62.

Palle vroeg me laatst
"Wat is je lievelingsgetal?"
47, antwoordde ik. 
"En wat is je minste getal?"
Ik dacht niet na, en zei: 62.

Vandaag is het de al de tweede keer dat je niet meer echt jarig bent.
Misschien zelfs al de derde keer.
Op 15 februari 2013 was er ook al niets meer te vieren.


We tellen nu de jaren die voorbij zijn.
We gaan naar het tweede volledige jaar.
We zweven steeds verder weg van je.
Of neen, wij blijven hier.
Jij zweeft steeds verder weg.

Al ben je er nog steeds, trust me.
Je bent er nog zo keihard.

Op een manier die nooit voldoende kan zijn,
die blijvend pijn doet,
een leegte die nooit hersteld wordt,
maar: je bent er nog.


Als je het maar daarmee kan doen,
dan moet je het daarmee doen.
Dus nemen we je mee. Altijd en overal.

Weet je waar ik je altijd bij heb? Sowieso?
In de Albert Heyn.

Er is geen Albert Heyn bij ons in de buurt, maar ik kom er wel graag.
Dus ben ik in Kuurne of Roeselare, dan las ik zeker een bezoekje in.
Dan sta ik aan de ingang, voor al hun bloemen en boeketten.
En dan vraag ik jou: "Welke zou ik nu eens kopen voor je?"
Dan kijk ik naar de kleuren en de combinaties.
Dan denk ik aan de vaasjes en kaarsen die we thuis staan hebben.
En naar de prijs, natuurlijk.
Dan zeg ik "Het moeten niet per se de duurste zijn hé",
en dan denk ik dat jij zou zeggen "Mo vaneigens niet, wel wel wel, dat is niet nodig."

Dan neem ik een boeketje, en nog een ander,
draai ik nog eens rond, leg ik het terug,
ga ik toch voor die in één kleur, of voor de mix?

Ik overleg met jou, en we komen altijd overeen.

Heel voorzichtig leg ik dan de bloemen in mijn winkelkar,
heel voorzichtig leg ik ze in de auto,
thuis maak ik ze heel voorzichtig open,
en stop ze meteen in de vaas of vazen die ik in gedachten had.
Dan nog een passende kaars erbij.
Beetje schikken en desnoods versteken
tot het is wat ik wou.

En dan, als de kinderen thuis zijn:
"Wie steekt er het kaarsje van opa aan?"

Ze zouden er ruzie voor maken.

Kijk, toch iets dat niet veranderd is.

dinsdag 3 februari 2015

* De bejaarde oma *

Mijn grootmoeder werd vandaag begraven. De enige die ik nog had. Mijn meter.
Ze werd 89. Het was welletjes voor haar.
Dus ze besliste zelf dat haar leven mocht stoppen.
Het moest niet meer.

Het is niet zo dat ik mijn grootmoeder veel zag.
Een gezin, drie kinderen, een job, andere prioriteiten.
En we moeten ook niet om de pot draaien:
onze relatie was niet fantastisch.
Niet slecht, dat niet,
maar toch ook niet zo'n oma-en-kleinkind-uit-de-boekjes-relatie.

Vorige week moest ik op verplaatsing voor het werk.
Ik kwam voorbij het ziekenhuis. Ik kon niet anders dan binnen gaan.
Met een beetje zenuwen, dat wel.
Hoe zou ze zijn? Hoe zou ze eruit zien? Ziek? Wat zou ze zeggen?
Wat ik zou zeggen, daar zat ik niet zo mee in.
Door mijn werk heb ik niet bepaald schroom om over de dood te spreken.

Dus we sloegen de koetjes en kalfjes over.
"Allé zeg, oma, dat er volgende week nog altijd nieuws zal zijn op tv 's avonds,
en dat jij daar nooit meer iets van zal weten."
Ze had daar ook al aan gedacht. Vond het ook raar, maar wel goed zo.
Ze was heel nuchter.

Dat er waarschijnlijk een groot verschil is tussen oud willen worden en effectief oud zijn?
Dat ik haar goed begreep.

En dat Marijs toch zo'n tof kind is.
Dat ze zo vriendelijk was toen ze mee was met mammie en pappie.
Dat het een schone foto was bij het verjaardagskaartje.
"Kijk, daar staat hij. Je kinderen zijn al zo groot."

Ze straalde toen ik zei dat ik zo'n zelfgekozen einde wel bij haar vond passen,
of toch bij het beeld dat ik van haar heb.
Omdat ze ze zo'n type mens was.
Iemand die zelf alles in handen neemt.
Iemand die niet afhankelijk wil zijn.
Iemand die zich niet laat regisseren door een ander.

"Wat denk je dat er nu volgt?"
"Hoe bedoel je"
"Wel, Fabiola verwachtte dat ze bij Boudewijn ging zijn." 
"Ik? Niets. Gewoon gedaan. Ik ga alleszins niet terugkeren om het te vertellen."

En we konden er mee lachen.

Die nuchterheid, die heb ik wel een beetje van haar, en van die zijde van mijn familie, denk ik.
Dat en lachen met dingen die anderen niet per se grappig vinden.
Maar wij wel dus.

"'t Zal dan de laatste keer zijn dat ik je zie hé, oma."
 "Ja. Merci dat je gekomen bent.
De groetjes thuis, en doe dat nog goed verder."

En zo werd een tijdperk afgesloten,
schoven de generaties weer een plekje op,
is er een leven gestopt,
en gaat het leven alsmaar verder.

Of met Maria Vasalis:

En nu nog maar alleen
het lichaam los te laten
de liefste en de kinderen te laten gaan
alleen nog maar het sterke licht
het rode, zuivere van de late zon
te zien, te volgen, de eigen weg te gaan.
Het werd, het was, het is gedaan.

zaterdag 31 januari 2015

Missie Ten Miles: Missie Kiné

De huisarts, de natuurarts, de osteopaat, de oogarts, de gynaecoloog,
dus tja, die kinesist kon daar gerust ook nog bij.
Soms denk ik: zie je wel, het slijten der jaren.
De uitspraak van de immer beminnelijke en subtiele dokter Q hielp natuurlijk niet:
"Dat zien we wel vaker bij oudere vrouwen."
Of de oogarts: "Dat is binnen vijf jaar zeker een leesbril."

Anyway...Ik naar de kinesist dus.
Bleek dat ik daar toch wel zat met verkeerde verwachtingen.
Dit had ik voor ogen: 
"De dokter zegt dat het mijn hamstring is."
"Zit de pijn hier?"
"Ja, precies."
En dan zou hij drie stretchoefeningen tonen, zou ik die imiteren,
en zei hij: "Kom over een maand eens terug."
Niets van dus.
Ik moest plooien en strekken en buigen,
en uitvalpassen zetten, en op één been springen,
neen, neen, zonder je vast te houden,
ja maar ja, dan val ik om,
toch zonder je vast te houden,
en nu op je ander been.


En doe nu eens dit -
huh, hoe bedoel je, ik snap het niet, wil je het nog een keer tonen?
Ik moest liggen en duwen
en hij moest spierkracht meten,
hij trok streepjes,
bekeek mijn bekken en
 duwde een naald in mijn been,
en de volgende keer zo'n naald in je achterste, want dat zit ook helemaal vast.
Ik moest met mijn heup tegen de muur liggen,
en ik wist duidelijk niet waar mijn heup zich situeert.
Toen ging hij even weg en kwam hij terug:
"Ben je al gestopt?"
Eerlijk gezegd: ik had nog niet eens door dat ik met iets bezig was,
en dat ik dat moest verder doen.
"Ik zou je nu snel kunnen opkalefateren
maar dan kom je gegarandeerd opnieuw in de problemen.
Dan zou het plots volledig gedaan zijn met lopen."


Ik die dacht dat mijn been een beetje overbelast was door teveel te lopen of te snel op te bouwen,
blijk eigenlijk een verkeerde loophouding te hebben,
en toen ik mezelf uitvalpassen zag doen voor de spiegel,
zag ik wat hij bedoelde.
Mijn linkerknie slaat volledig naar binnen, ook als ik loop dus.
Dat is niet goed, maar dat is ook niet zo erg.
Alleen, als ik steeds verder loop,
dan worden de spieren van mijn linkerbeen op den duur moe
wegens de extra belastende beweging naar links,
dus zo beginnen de problemen
- of zoiets.
"We zien dat dikwijls bij mensen die nooit echt sportief zijn geweest,
en dan toch beginnen sporten als ze wat ouder zijn."
Hopla, nog zo ene.

Dus eigenlijk moet ik leren mijn benen recht te zetten als ik loop.
Dat is niet zo simpel, want eigenlijk moet je jezelf herprogrammeren.
Met alle risico's vandien:
omdat je beweging A moet afleren, bestaat de kans dat je beweging B uitvindt,
en beweging B is eigenlijk veel slechter van beweging A.
Het gaat dus niet vanzelf.

Mijn drie verwachte stretchtips zijn dus
 negen keer een uur oefeningen bij de kinesist,
en dagelijks oefeningen thuis.


Gelukkig mag ik blijven lopen, en dat kwam goed uit,
want een half uur later had ik afgesproken met Rebecca,
We hadden elf kilometer lang weer vanalles om over te kletsen.
Ik had zelfs geen tijd om een beweging B uit te vinden!