zondag 26 oktober 2014

Loopplannen

De laatste weken waren erg druk en op bepaalde vlakken erg bewogen. Eén en ander bevestigt steeds meer dat ik in de eerste plaats voor mezelf moet zorgen en voor Nummer 81. Alles wat erbij komt: meer dan aangenaam meegenomen, maar niet prioritair. 
 
Ik weet dat er iets aan de hand is met mij als ik begin ofwel amper te eten, ofwel brol te eten.
Ik weet dat het me teveel wordt als de propere kleren niet uit de wasmand geraken boven.
Ik drink sowieso veel cola, maar als ik écht veel cola drink, dan klopt het ook niet meer.
 
Gelukkig ben ik een goede planner, heb ik zicht op drukke periodes, en probeer ik die ergens, op de één of de andere wijze, te compenseren. Overuren opnemen, een verlengd weekendje. Aftellen naar de herfstvakantie, die al maanden geleden geregeld werd. Simpele methodes zat: verdwijnen in een puzzel van duizend stukken. Bij de juiste personen op verhaal komen, kalmeren, vertrouwen stellen in hun feedback. Een goed boek.
 
En lopen.
 
De laatste tijd loop ik meer dan ooit, heb ik er zoveel deugd van, verlang ik zelfs, maak ik er bewust tijd voor. Gaan werken van 11h tot 23h, maar eerst nog elf kilometer rennen voor ik vertrek - twee jaar geleden leek zoiets me volledig uitgesloten.
 
Niet dat ik nu een echte sportieveling ben. Snel lopen, daar ga ik bijvoorbeeld nooit in slagen. En ik ben ervan overtuigd: het enthousiasme dat ik nu voel, zal vroeg of laat wel weer wegdeemsteren. Ik ken mezelf.
 
Dus als Rebecca mij al twee jaar probeert te motiveren voor een halve marathon, heb ik tal van tegenargumenten: te lastig, te ver, geen karakter, teveel tijd, niet haalbaar, noem maar op. En ik blijf een beetje van dat gedacht als het over 21 kilometer gaat. Maar als ik nu al 12,5 kilometer kan lopen zonder dat mijn tong op mijn schoenen plakt, dan moet ik over 4 maanden misschien wel van Oostende naar Brugge kunnen lopen? Misschien moet ik die uitdaging met mezelf eens aangaan? Niet om binnen bepaalde tijd aan te komen, maar gewoon: om mijn grenzen te verleggen. Om zeker te blijven lopen, om zeker voor mezelf te zorgen. Om die Ten Miles afstand eens te behalen. Tijdens een wedstrijd, kwestie van een doel hebben om naartoe te trainen. Vrijblijvend lukt het nooit. Dus ja, ik wil, ik durf het eens proberen, ondanks de winter vol donkere dagen die op komst is - daar is de eerste ondanks al.
 
Daarom dat ik mijn voornemen openbaar maak, dat is alvast een extra reden om er niet onderuit te muizen. Al gaat Rebecca sowieso al genoeg achter mijn vel zitten.

Ik heb daar toch zo'n deugd van, op den duur wordt het pruttelen gewoon pro forma.

zondag 5 oktober 2014

Weekend

Vrijdagavond. Na een dag op het werk: Ida gaan inschrijven in de atletiekclub en samen naar de supermarkt. Het droomscenario in mijn hoofd: thuiskomen, in mijn pyjama de zetel induiken, en er niet meer uitkomen. Maar ik werd om 20h verwacht in een restaurant voor een reünie met enkele klasgenoten uit het lager. Veel te laat kwam ik weer thuis.

Het droomscenario in mijn hoofd: zaterdag uitslapen en dan de hele dag wat in huis scharrelen.
Maar om 8h30 stapten we in de auto naar Pairi Daiza - wat een geweldig park is dat zeg!
't Was al even geleden dat ik er nog was geweest, en ik heb echt mijn ogen uitgekeken. 
Aanrader! Al zagen we maar één panda, die bovendien voor geen millimeter verroerde.
Maar heel dat China-gedeelte: indrukwekkend!

 

De giraffen bleken aaibaar, letterlijk.
Karel is die met het rode t-shirt en de pet, Marijs zit in zijn armen.



Het weer viel natuurlijk ook ontzettend mee, en de sfeer zat (meestal) goed. 


Het ideale moment om de relativiteit van religies boven te halen.
Want stel je eens voor dat wij aan de andere kant van de wereld geboren waren.




Pairi Daiza is gigantisch groot, en redelijk versleten keerden we terug naar huis.

Mijn droomscenario bestond opnieuw uit de woorden pyjama en zetel, maar een uur later zaten we met vrienden in de Chinees, terwijl de kroost voor het eerst onder de hoede van onze nieuwe babysit achterbleef. Voor ons alle vijf: een geslaagde avond.

"Mijn droomscenario voor zondagochtend bestaat uit: slapen, ontbijten, niets."
Dat dacht ik toen ik om kwart over 9 vertrok naar Dikkebus Vijver.

Tien kilometer met Rebecca, en het ging voor niets, echt waar.
Redelijk euforisch kwam ik weer thuis, klaar om in de keuken te vliegen - met drie late avonden voor de boeg volgende week zijn rantsoenen soep en spaghettisaus altijd handig.
En cake en pudding, als je dan toch bezig bent. 

 Bleek wat later dat ik me misrekend had, 
want Rebecca sms'te me dat we elf kilometer gelopen hadden. 

Toen nestelde ik me toch maar in de zetel, 
want teveel is teveel natuurlijk.

woensdag 1 oktober 2014

Zijn

Het zengevoel heeft ongeveer twee dagen geduurd. Vrij snel daarna was het volledig weg
Ik reken er ook niet op dat het snel terugkomt.

In juli en augustus een fulltime huisman, 
in september al die op te nemen overuren.

En nu:
opnieuw volle bak fulltime, allebei, 
en dat bovendien in voor mij gewijzigde werkomstandigheden.

Ik geef toe: soms zakt de moed me in mijn schoenen.
Soms mag ik er niet teveel aan denken.

Omdat ik sowieso al teveel nadenk.
Over tijd, bijvoorbeeld, dat blijft me bezighouden.

Over familie. Over ons gezin.
Dat wij nu met vijf onder één dak wonen, omdat wij een geheel vormen.
Karel, Lieve, Ida, Palle, Marijs. Wij zijn een geheel. Wij horen samen.

Een geheel dat veroudert
 - al blijft alles voor mij sinds vorig jaar in de voorwaardelijke wijze te formuleren.
Onze wegen lopen nu ongelooflijk samen, 
zo samen zelfs dat je er soms eventjes wil aan ontsnappen, maar ooit wordt het anders.

Dan blijven Karel en ik hier achter met een lege eerste verdieping.
Dan zwermen ze uit. Dan kiezen ze hun eigen pad.
Dan vormen ze hun eigen nieuw geheel, dan vullen ze zelf, al dan niet, hun verdiepingen.
Dan komen er mensen bij. 

Horen we dan nog even hard samen?
Word ik dan een deelnemer aan hun leven, of een toeschouwer ervan? 

En hoe verhouden ze zich dan tot elkaar? 

Zij die nu zo keihard samen horen - door te spelen, te praten, te ruziën, de achterbank te delen,  elkaars kamers binnen te vallen, te bekvechten, te krullen van het lachen, door compromissen te sluiten en elkaar te verdragen -

hoe zal dat dan zijn?

Waar zullen zij dan zijn? En waar zullen wij dan zijn?
Hoe zal het zijn?

Dan denk ik aan die paar regels van de dichter Fernando Pessoa:

Dat wat zal zijn, 
wanneer het zijn zal, 
zal het zijn, 
dat wat het is.

We weten het niet en we kunnen het niet weten.
We gaan gewoon moeten zien.

vrijdag 19 september 2014

Zen

Vrijdagavond 18h30 en ik ben totaal zen.
 
Ida leest, Palle tekent, Marijs zit al een uur in de baddouche.
We hebben gegeten, het huis is opgeruimd, Elbow speelt.
Karel had moeten thuis zijn om mee te genieten.
 
Want we zijn zen. Allemaal. Eindelijk nog eens.
 
Natuurlijk waren er de voornemens, en natuurlijk wisten we dat we die niet gingen waarmaken.
 
  
Misschien dat het een paar dagen goed is gegaan, maar niet lang.
Niet dat het dan slecht gaat. Maar er is geen vergelijk tussen vakantie- en schoolritme.
 
Het zijn twee verschillende werelden.
 
Er zijn kinderen die vredevol samen spelen in de tuin, en vervolgens naar binnen gejaagd worden, want douchen en eten en tv en verhaaltje en slapen. Er is een kalender die vol gekribbeld staat, en er zijn afspraken: ik moet dan dat, dus jij dan zo, en als jij dan moet, dan ik zus.
 
Er wordt  geregeld, geweekmenuut, georganiseerd, gepland en voorbereid.
 
 
Maar vandaag niet dus.
Vandaag ben ik zen.
 
Dankzij mijn overuren. Die moeten op tegen eind september. Thuis dus! Vrije dagen!
 Dagen die ik, want ik kan mezelf natuurlijk niet uitschakelen, volgestouwd heb. 
 
Naar de osteopaat. De kapster.
 
Puffend maar ook kletsend met Rebecca bergop bergaf lopen doorheen Heuvelland.
 
Veel te lang maar zorgeloos opblijven wegens niet kunnen stoppen met lezen.
 
Marijs zelf laten fietsen, in plaats van haar op het fietstoeltje te zetten.
Zonder steunwieltjes, en zonder ook maar enig idee van hoe ze moet remmen.
 
 
In het Shopping Center in Kuurne halen wat ik in onze buurt niet vind.
 
 
Gewoon eens winkelen, als ik dan toch daar ben. 

Eigenlijk ben ik een beetje een gierigaard. Oké, mijn favoriet merk schoenen is niet het goedkoopste en de kinderen hebben hier zeker niets tekort, maar € 5 aan een paar sportkousen in de Hema kan ik niet geven, en ik die elke dag oorringen draag, koop ook die niet zonder te twijfelen.
 
Maar ik dacht: nu eens niet.
Dus kocht ik oorringen en een sjaaltje, twee jeansbroeken en twee truien,
het paar schoenen had ik maandag na mijn werk al mee.

Ik haalde drie fleece dekentjes met de winter in het vooruitzicht,

 
kocht een bos bloemen, 

 
en bladerde in een TV Familie terwijl ik ontbeet met verse bosbessen in mijn yoghurt.
 
En nu: helemaal zen dus. 
Ik ga ervan genieten zolang het duurt!

maandag 15 september 2014

Dwars door Ieper

 
 
Marijs en Palle stonden niet echt te springen om hun kamp te verlaten,
maar er was niets aan te doen: hop hop hop, iedereen mee naar Ieper.

 
Waar Ida voor het tweede jaar op rij meedeed aan de Kids Run,

 
en ik voor de derde keer aan de zeven kilometer.
 
In ongeveer dezelfde tijd als de eerste keer,
massa's trager dan vorig jaar.
 
In tegenstelling tot de eerste keer: zonder mezelf kapot te lopen.
In tegenstelling tot vorig jaar: zonder onderuit te gaan.
 
 
Dwaas genoeg om achteraf met mijn t-shirt achterstevoren te poseren,

 
enthousiast genoeg om de vergissing recht te zetten.

 
Volgend jaar doen we weer mee!

woensdag 3 september 2014

Doen

Ik blijf geloven in doen.
Doen is altijd de betere optie volgens mij.

Deze blog helpt mij, 
en voor Karel helpt beeldhouwen.

 
Het verandert niets aan de feiten, maar het helpt.