vrijdag 17 april 2015

Vakantie!

Zat ik drie maanden geleden nog te piekeren:
"Een weekendje weg? Een midweek? Een week? Texel? Ardennen? Zeeland",
dan bleek dat het nergens beter is dan thuis.
 
Wat een vakantie! Twee weken samen in Nummer 81.
Met een druk programma - want ik ken onszelf.
Als we niets zouden voorzien, dan vergingen de dagen zonder meer.
Niets bijzonders. Geen vakantie, gewoon thuis, zonder écht iets samen te doen.
 
Daar zat ik drie maanden geleden ook over te piekeren.
Dat onze kinderen op de leeftijd zijn dat ze graag dingen doen met ons.
Dat zal ook niet blijven duren.
Dus als we graag nog eens als gezin de deur uitkomen, moeten we het nu doen.
Samen en doen: twee kernwoorden voor de paasvakantie.
 
We begonnen met op verschillende locaties paaseieren rapen.
 
 
Elk lid van Nummer 81 mocht een lijstje opstellen:
"Wat zou ik graag doen in de vakantie?"
 
Streefdoel was om zoveel mogelijk vinkjes te zetten.
 
Op mijn lijst stond onder andere: veel lopen. Check - is gelukt.
Het enthousiasme is nog steeds niet wat het geweest is,
maar kijk, ik rende toch 14 km, 8 km, 13 km en 15 km in anderhalve week,
en de vakantie is nog niet om. 
Die halve marathon: ik weet het nog steeds niet.
Maar ik loop alleszins nog - 't is toch altijd dat.

 
Ida wou graag veel bakken.
Snickerstaart, chocomoussetaart, cupcakes, 'magische vanillecake', Luikse wafels, roggebrood: check.

 
Ik wou graag veel puzzelen - check.
Met dank aan mijn schoonzus, die een karrevracht aan grandioze puzzels regelde.

 
Karel, die zet werkjes zoals 'omheinig herstellen' op zijn lijstje.
Kijk, als je dat tof vindt, vind je dat tof hé.

 
Victor had geen recht op een lijstje.
Was dat de reden dat hij enkele dagen spoorloos was?
Gelukkig kwam hij terug!

 
Karel werkte zijn houten beeld af.
Hoe hij het doet, ik weet het niet - het is echt supermooi.

 
Ik geloof dat het Ida was die naar de cinema wou. Leve de spaarpunten van de Brantano -
eindelijk konden we onze Kinepolis tickets verzilveren,
en we kregen er drie gigantische porties popcorn bovenop.

 
De houtvoorraad werd aangevuld.

 
'Met mama iets doen' - ook een populair item.
Dit keer onder de vorm: 'cannelloni maken met mama.'
 
 
Om niet de indruk te geven dat alleen Karel de werkende duts is:
ik spendeerde een namiddag aan het sorteren van meisjeskleren van op zolder,
en ruimde Marijs haar kleerkast op.
 
Elk heeft zijn talent hier.

 
We verwelkomden Jan de timmerman
om datgene af te werken waarvan we 5 jaar geleden zeiden:
"Dat doen we dan wel eens."

 
Palle wou graag schilderen,

 
en naar een natuurreservaat gaan.
Het werd de Blankaart in Woumen.

 
 
Marijs wou "mama's oorbellen kiezen" - check.
 
 
We reden naar twee Chinese restaurants die helaas gesloten waren,
ik ging een dagje shoppen in Gent met Katrien, onze vrienden uit de Goede Oude Tijd kwamen eten,
we maakten kennis met baby Louis, we installeerden ons bij Griet en Ben, we hadden een logé, elk kind ging minstens naar één feestje, we bekeken de Sound of Music en beluisterden de cd nog een paar keer, en Karel en ik fietsten het Groen Lint in Oostende.
 
Karel wou naar de Franse kust, dus dat deden we ook.
 
 
Stenen, daar is hij fan van.

 
Picknicken: voor de tweede keer zelfs al.
Check en check dus.

 
Helaas was het enthousiasme van de kinderen voor deze uitstap minder:
Marijs dacht "dat het toch echt wel warmer was in Frankrijk",
Ida vond het leukst "toen we weer in de auto zaten"
en Palle vond "de koeien het mooist." 
 
 
Zalige vakantie, en it ain't over 'till it's over -
dus ik blijf keihard in vakantiemodus.
 
Er zijn nog wel enkele vinkjes die we kunnen zetten.

zondag 29 maart 2015

Missie Halve Marathon: duim naar beneden

Tot en met de Ten Miles ging alles goed.
De week na de Ten Miles ging alles goed. 
Een halve week na de week na de Ten Miles ging ik naar de kinesist.

Ik kon vier dagen niet bewegen zonder vreselijke spierpijn.

Twee weken na de Ten Miles zonk de moed diep in mijn schoenen. 
Een maand na de Ten Miles, en twee maanden voor de Halve Marathon, zit ie daar nog steeds.

Dat lopen een mentale strijd is voor me, is eens te meer bewezen.

De zangeres tijdens de huwelijksplechtigheid die ik uitvoerde met stramme benen, zei me:
"Ik kan daar wel eens van genieten, van stijve spieren, 
omdat ik dan weet dat ik tot het uiterste ben gegaan."

Ik denk nooit zo.
Ik wil nooit tot het uiterste gaan. 

Toen ik me aan het afbeulen was tijdens de kine-sessie, dacht ik:
"Maar dat is hier toch niet meer normaal? Lopen is gewoon mijn hobby zeg, en ik ga hier kapot!"

Toen ik de dag erop amper de trap op kon, dacht ik:
"'t Is precies niet dat ik Olympische ambities heb hé."

Toen ik twee dagen nog altijd een halve minuut nodig had om op de toiletbril te gaan zitten, dacht ik:
"Als het zo moet, dan ben ik er gerust in hoor, in heel dat lopen."

Toen ik drie dagen later toch maar eens een Dafalgan nam tegen al die pijn, dacht ik:
"Lopen? Duidelijk buiten mijn kunnen, niets voor mij."

Vier dagen later had ik nog evenveel pijn,
zes dagen kon ik weer normaal bewegen,
zeven dagen later zat ik opnieuw bij de kinesist.

Ik zei het zoals het geweest was, hij geneerde zich een beetje,
ik zei dat hij er niet mee moest inzitten, 
hij zei dat hij me had kunnen helpen,
ik zei dat ik hem toch niet gebeld ging hebben want ongetwijfeld was ik in tranen uitgebarsten.
Want dat dat toch echt niet normaal was geweest. Zoveel pijn.

De bijhorende gedachten, die heb ik minder expliciet beschreven.
Maar ze kwamen neer op: "Dit heb ik er niet voor over.
Screw die halve marathon."

Ik neem de kinesist niets kwalijk.
Maar ik heb duidelijk niet de mentale weerbaarheid om met zulke tegenvallers om te gaan.
Ik ben geen bulldog die zich vastbijt.
Ik ben niet van het genre: "What doesn't kill you, makes you stronger."

Ik had geen enkele andere ambitie dan finishen.
Daar wou ik zeker wel wat moeite voor doen.
Maar dit, neen, dit had ik niet voor ogen. Dit alles was teveel gevraagd.
Krak, zei het in mijn hoofd.

Ik zou mezelf nu moeten vermannen en de spirit van een maand geleden herwinnen.
 
Ik ben op zich niet gestopt met lopen,
ik klok af op zo'n 90 kilometer in maart
- zelfs met de noodgedwongen pauze -
er zat zelfs alweer een toer van 14 kilometer tussen,
Rebecca blijft van alle kanten supporteren en motiveren,
maar het is niet meer hetzelfde,
en mijn tegensputterende rechterknie helpt ook niet.

Misschien kunnen mijn benen wel 21 kilometer aan,
maar ik weet niet of mijn hoofd mee kan. 

vrijdag 6 maart 2015

Missie Ten Miles: geslaagd!

Het was fantastisch!
Het ging fantastisch!
Alles ging beter dan ik ooit had durven hopen.

Ik ga niet zeggen dat het voor niets ging. Dat zou erg arrogant zijn, en zou al die kilometers die ik vooraf afgelegd heb om dit doel te bereiken, teniet doen. Ik heb me er de voorbije maanden echt voor ingespannen, en ik heb zondag zelf ook 16 kilometer stap voor stap zelf gezet tot ik over de finish kwam. Maar het ging, echt. Het lijkt wel of het harde werk achter de rug was, en ik nu enkel nog de vruchten moest plukken. Fantastisch.

Natuurlijk had ik ook het geluk dat alles volledig meezat.  

Het deed me echt veel plezier om in de uren voor de start van collega's, vrienden en familie berichtjes te krijgen om me succes te wensen, en me te zeggen dat dat allemaal wel ging gaan, en ik nergens mee moest inzitten. Net voor we vertrokken smste mijn schoonbroer Pieter dat ik vlug nog eens mijn mails moest checken. Kreeg ik daar wel geen fotoreeks zeker, van hem, Leen en de kindjes met een spandoek. Ze waren graag komen supporteren, maar geraakten er niet, dus poseerden ze maar met hun spandoek voor de foto. "Lieve runs the Ten Mile with a smile"

Al zulke dingen, ik ben daar een tere aan. 
Het deed me allemaal evenveel plezier.

Plezierig werd het ook in de auto. Ik herinner me helemaal niet meer waarover Steve, Rebecca en ik gepraat hebben onderweg naar Brugge, maar het was wel reuzegezellig en grappig. Ik was ook echt blij dat ik bij hen was toen we arriveerden bij de inschrijving, anders had ik me vast nog meer geïntimeerd gevoeld tussen al die mannen met compressiekousen, dames met shirts aan die ze kregen toen ze een marathon liepen, en lopers die benen aan het insmeren waren met gel. 

Dat was toch wel een groot verschil met Dwars door Ieper, bijvoorbeeld. Daar loopt iedereen mee: getrainde atleten, maar ook leerlingen die elke 500 meter 200 wandelen, lopers die net Start to Run hebben gedaan, mensen die eens gek willen doen en voor de fun een wedstrijd gaan lopen... Dit was echt wel anders. Ik voelde me direct weer de Lieve uit de turnles in het middelbaar, en dat verbeterde niet op de bus naar de start in Oostende. Ik op zo'n bus zeg, temidden van al die afgetrainde sportievelingen die op een zondagochtend al vroeg op de baan zijn om 16 kilometer te gaan lopen - hier hoor ik echt niet bij. "Jawel", zei Steve, "jij bent er ook zo ene", en ik rolde ver onder mijn zetel van het lachen. 

Aan de start stond Karel met de kinderen, geweldig. Tijdens het wachten was het ijzig koud en de kinderen hadden hun enige televisie-ochtend van de week moeten opgeven, maar ze stonden er, en dat was echt fijn. En handig ook. Want zo freezing dat het was tijdens het wachten, al die lagen kledij gingen overbodig worden tijdens het lopen. We konden alles netjes aan Karel geven, nog een laatste plasje in zo'n mottige wc-kabine doen, en daar gingen we. 




Steve ver voor ons uit, Rebecca en ik helemaal langs achter met slechts een handvol lopers nog achter ons. Misschien niet de meest aangenaam plek voor Rebecca, maar wel daar waar ik mij het meest comfortabel voel. We hadden afgesproken om samen te starten en minstens een kilometer of 12 samen af te leggen, daarna zouden we wel zien. Wilde zij versnellen om toch voor een bepaalde tijd te gaan, dan deed ze maar. Mijn enige doelstelling was finishen, dus versnellen, neen niets voor mij.



We waren sowieso al sneller vertrokken dan we normaal lopen.
Als ik alleen loop, ben ik helemaal een diesel.
Als ik met Rebecca loop, kreun ik de eerste kilometers altijd "Niet te rap wi zeg."

Maar een wedstrijd is toch iets anders dan het gewoonlijke toertje malen, dus hoe dan ook ren je ietsje sneller. Bovendien waren de omstandigheden ideaal: een vlak parcours zonder ook maar één wandelaar of fietser onderweg, een heerlijk zonnetje, en een felle wind in de rug die ons op bepaalde stukken echt vooruit duwde. Kon niet beter zijn! 

Halverwege speelden we zelfs ons shirt uit om verder te lopen in ons topje.
Halverwege stond ook Karel! Super! Na de start had hij snel de kinderen naar mijn broer en schoonzus in Oostende gevoerd, en zijn plan was om mij dan aan de finish in Brugge te komen oppikken. Maar halverwege, in Stalhile, stond er in de verte iemand te wuiven naar ons! Zo fijn!

Was het omdat we hem gezien hadden, 
of was het door het gelletje dat we aten,
(en waarvan ik de helft op mijn broek gemorst heb),
ik weet het niet, maar we begonnen steeds vlotter te lopen. 
Steeds sneller ook.

Al heb ik minstens tien keer gezegd tegen Rebecca
"Maar nu mogen we echt niet meer sneller hoor", 
we hebben blijkbaar niet anders gedaan.
We begonnen systematisch een pak lopers in te halen.

"Eerst die 2 met hun Olifanten-shirt,
dan die jongen en dat meisje, 
die ene mens moet ook lukken,
die vier halen we ook wel bij."

Wat een boost voor de moraal is dat niet zeg.
Normaal doen we 6 minuten 20 over een kilometer, maar zondag gingen we daar vlotjes over.



Rebecca en ik zijn echt goed voor mekaar op dat vlak. 
Ik zorg ervoor dat zij niet al haar kruit verschiet tegen dat we halfweg zijn,
en zij dwingt mij buiten mijn comfortzone te gaan. 

En het blijft gewoon ook leuk. 
We hebben getetterd zoals we anders tetteren, 
en op kilometer 15 plooide ik dubbel van het lachen.
Ik voelde haar al aankomen.

"15 kilometer... Eigenlijk is het wel een makkie hé?"
"Mja, makkie nu niet, maar het valt echt wel goed mee, beter dan ik had verwacht."
"Jij overschat zulke dingen toch altijd hé, denkt altijd dat het veel erger zal zijn."
"Ja dat is wel waar."
"Dan is het nu misschien het moment om het te vragen: wat zou je denken van de Mc Bride Run?"
Strike lag ik, volledig strike.



Tuurlijk zijn wij geen loopwonders.
We hadden er dan wel tientallen ingehaald: er waren er al meer dan 650 voor ons aangekomen.

Maar het ging vlot, ik was niet steendood, had zelfs nog adem over, 
en zoals we onderweg zeiden: 
"Eila, eila, wij zijn wel werkende moeders met drie kinderen hé, 
en we hebben ze zonder epidurale ter wereld gezet, 
en ziet ons hier eens lopen."

Om maar te zeggen dat we ons ook geamuseerd hebben.


Daarna kon ik me douchen bij mijn broer in Oostende,
mijn voeten onder tafel schuiven voor een portie verse frietjes,
en tijdens de namiddag gingen we met zijn allen als een bende gepensioneerden op een terrasje in de zon zitten, 
terwijl de kinderen speelden op een speelpleintje.

Topdag.

En 's avonds bestelde ik een echte loopbroek via Zalando, 
want nu ik toch een sportieveling lijk te worden, mag ik me daar toch wel naar kleden ook.

Zeker met een Missie Halve Marathon voor de boeg.

vrijdag 27 februari 2015

Missie Ten Miles: we zijn er bijna!

Nog twee dagen, en dan loopt deze nummer 476 Ten Miles tussen Oostende en Brugge.

Ten Miles, ofwel zestien kilometer.

Toen ik nog niet liep, en ik hoorde van Ten Miles, of van halve marathons, dacht ik: "Ja ja, goed hoor, fijn voor je" zonder te beseffen wat die afstanden precies inhouden. Ik dacht dat mensen dat zomaar eens liepen omdat ze er zin in hadden gewoon. Ik besefte absoluut niet dat zeker een mens zoals ik - van het onsportieve, niet lenige, motorisch totaal niet begaafde genre - daar ferm veel moeite moet voor doen. Sedert mijn voornemen liep ik ongeveer 350 kilometer. Dat zijn vele, vele, vele uren, en meer door regen en wind dan wat anders. Gelukkig meestal wel in goede compagnie.
 
Gebaseerd hierop, denk ik dat het zal wel moeten gaan zondag. Ik weet dat ik de meet haal - aan dat feit op zich twijfel ik niet. Oké, er kan altijd iets voorvallen, maar normaal gezien leg ik die zestien kilometer gewoon af. Zelfs al regent het pijpenstelen en waait het als een gek - zoals de weersvoorspellingen en momenteel uitzien. (Soms kan een mens ook teveel informatie hebben.) Maar in welke toestand arriveer ik aan de finish? Ik hoop op lachend en welgezind, met nog wat adem op overschot, maar na mijn laatste loopsessies begin ik daar toch aan te twijfelen. Sowieso heb ik me nog beter en minder vermoeid gevoeld, en de laatste keren was ik vooral erg content als we stopten - na 12 kilometer, na 14... En daar moeten dus nog wat kilometers bij.

Ik deed trouwens ook die inspanningstest, waaruit ik bleek over een zwakke basisconditie te beschikken. Aanvankelijk was ik een beetje verontwaardigd - want hey, was ik dan misschien half dood voor ik liep of zo? - maar eigenlijk kan ik goed snappen waarom dat oordeel viel: mijn hartslag gaat te snel te hoog. Ik moet toegeven: ik heb weinig gedaan om die basisconditie op te krikken. Want om dat te doen, zou ik vooral veel trager (nog veel trager) moeten lopen, en in gezelschap lukt dat niet zo goed. Ook alleen vind ik dat eigenlijk een moeilijke opdracht. Ik begin altijd traag, sowieso, maar als ik na een half uur een beetje in form ben, begin ik automatisch te versnellen, zeker als ik dan luister naar net dat ene favoriete liedje. Stel, - stel, want momenteel zie ik het echt niet gebeuren - dat ik voor de halve marathon van de Mc Bride ga, dan ga ik me daar toch eens moeten voor smijten.
 
(Noot: mijn snel is nog altijd traag voor de gemiddelde loper.)

Ondertussen heb ik ook al een vijftal kine-beurten achter de rug. Nu kan ik echt niets slechts zeggen hierover: de kinesist woont niet ver van onze deur en werkt ongelooflijk veel, dus ik kan eigenlijk elk mogelijk moment gaan, hij heeft mij erg goed uitgelegd wat het probleem is, dus ik snap waarom ik daar ben, week na week voelde ik de knobbel in mijn hamstring afnemen en ondertussen loop ik weer zonder pijn, het is een vriendelijke stipte mens met een mooie stem trouwens, maar och! Die mottige oefeningen! Bweurk! Core stability, echt, ik snap waarom ik er nood aan heb, maar zijn red cord tuig... Ik kan zo voor de vuist weg een miljoen dingen opsommen die ik liever doe. Ook in zijn andere oefeningen ben ik verre van een hoogvlieger. Hij legt me er twee uit, en tegen dat ik klaar ben met de eerste reeks ben ik allang vergeten wat de tweede is. Zelfs als hij het me zelf toont, sta ik te kijken als een hond op een zieke koe. Ik zie wat hij doet, ik weet wat ik moet doen, maar hoe ik het moet doen: geen flauw idee. En dan gaat het niet over ingewikkelde dingen hé, neen, dan moet ik gewoon met een recht bekken over een bankje stappen. Triestig, echt triestig.

"Beetje weinig coördinatie hé."
"Zeg gerust maar geen hoor, Ward."
"Maar je bent echt goed bezig."
"Je moet me niet paaien hoor."
"Ik paai je niet, ik stimuleer je."
"Je paait me."

Ach weet je wel,
ik ga gewoon lopen zondag,
samen met Alain, Rebecca en Steve,
ik ga de laatste van ons vier aankomen,
maar aankomen, dat ga ik!

(Hoop ik)

woensdag 25 februari 2015

Jarig!

Acht jaar is hij al, onze middelste.
Dat werd uitgebreid gevierd!



Acht jaar!
 
Hij gaat naar de chiro en zegt met zijn meest onschuldige blik "oeps"
als hij mijn blik op zijn slijk-tenue ziet.
 
(Een blik die hij trouwens verkeerd interpreteert,
want in feite denk ik dat hij niet vuil genoeg kan zijn op zo'n zondagnamiddag.
Daarvoor sturen we hem.)
 

 
Acht jaar!
 
Hij stond erop om zelf cakejes bakken voor zijn klasgenoten,
en zijn grootste fan deed niets liever dan hem helpen.

 
Acht jaar!
 
Een leeftijd waarop ze willen snoepen, en zingen, en spelen, en nog steeds een kroontje willen,
en waarop ze krom liggen van het lachen door een scheetkussen -
zeker als ze dat scheetkussen op de stoel van de meester gelegd hebben.
 
 
 
Acht jaar!
 
Oud genoeg om met de andere jarige van de week naar een optreden van Laïs te gaan.
Hij was al fan, en is dat nu nog meer. Vanop de eerste rij hadden we een geweldig zicht op de zangeressen, en zij ook op hem - waarop hij zich onder zijn jas verstopte van schaamte.
 
Toen we Annelies achteraf tegenkwamen bij de toiletten, en zij zei
"Oh, jij bent die lieve jongen van op de eerste rij, die de hele tijd zo mooi zat te kijken"
zakte hij bijna door de grond,  maar we gingen toch een cd kopen en laten signeren.
Sindsdien heeft hij al twee liedjes volledig uit zijn hoofd geleerd, en is het cd-boekje in slechtere staat dan hetzelfde boekje dat we zeker al 15 jaar hebben.
 
Acht jaar - en al wat hij kan morsen, morst hij zeker.

 
Acht jaar!
 
En meer en meer zie ik zijn vader in Palle.
Ik zie het vooral in zijn eindeloze interesse in van alles en nog wat,
de zin om dingen te doen met zijn handen,
de liefde voor knutselen en creëren, de wil om dingen te begrijpen en doorgronden.
 
De laatste tijd verdwijnen ze soms samen in het kot,
en dan komen ze terug met een pinguïn of een eland.
 
 
Acht jaar.
 
Dat heeft al een eigen mening en al, en komt er ook voor uit.

 
Acht jaar!
 
Hij verslindt boeken en strips,
blijft verslingerd aan Duplo en pluchen beesten,
springt als een bommetje in het zwembad maar wil liefst niet alleen in een kotje,
kan volledig opgaan in zijn fantasie en urenlang spelen met zijn kleine zus,
en blijft nog steeds even teerhartig als voorheen - tot grote ergernis van zijn grote.
 

 
Acht jaar!
 
Hij wil eindelijk gaan logeren, ging zelfs mee op chiroweekend,
stelt nog steeds de gekste vragen, kan voor het minste in tranen uitbarsten,
zit elke ochtend over de krant gebogen, beseft vaak zelf niet hoe luid hij klinkt,
zou alles bijhouden en verzamelen, wil nog steeds een geitenboerderij combineren met een kinderopvang, snapt totaal niet wat er tof zou kunnen zijn aan voetbal...
 
Acht jaar Palle,
dat er maar altijd zoveel te vertellen blijft!

zondag 15 februari 2015

* Jarig? *

Vandaag is het je verjaardag.
Nou ja, is het eigenlijk nog je verjaardag?

Eigenlijk is het geen verjaardag.
We tellen geen levensjaren meer bij. Niet meer voor echt.
We rekenen uit hoe oud je nu zou geworden zijn.
Maar je wordt het niet meer.
Je blijft steken op 62.

Palle vroeg me laatst
"Wat is je lievelingsgetal?"
47, antwoordde ik. 
"En wat is je minste getal?"
Ik dacht niet na, en zei: 62.

Vandaag is het de al de tweede keer dat je niet meer echt jarig bent.
Misschien zelfs al de derde keer.
Op 15 februari 2013 was er ook al niets meer te vieren.


We tellen nu de jaren die voorbij zijn.
We gaan naar het tweede volledige jaar.
We zweven steeds verder weg van je.
Of neen, wij blijven hier.
Jij zweeft steeds verder weg.

Al ben je er nog steeds, trust me.
Je bent er nog zo keihard.

Op een manier die nooit voldoende kan zijn,
die blijvend pijn doet,
een leegte die nooit hersteld wordt,
maar: je bent er nog.


Als je het maar daarmee kan doen,
dan moet je het daarmee doen.
Dus nemen we je mee. Altijd en overal.

Weet je waar ik je altijd bij heb? Sowieso?
In de Albert Heyn.

Er is geen Albert Heyn bij ons in de buurt, maar ik kom er wel graag.
Dus ben ik in Kuurne of Roeselare, dan las ik zeker een bezoekje in.
Dan sta ik aan de ingang, voor al hun bloemen en boeketten.
En dan vraag ik jou: "Welke zou ik nu eens kopen voor je?"
Dan kijk ik naar de kleuren en de combinaties.
Dan denk ik aan de vaasjes en kaarsen die we thuis staan hebben.
En naar de prijs, natuurlijk.
Dan zeg ik "Het moeten niet per se de duurste zijn hé",
en dan denk ik dat jij zou zeggen "Mo vaneigens niet, wel wel wel, dat is niet nodig."

Dan neem ik een boeketje, en nog een ander,
draai ik nog eens rond, leg ik het terug,
ga ik toch voor die in één kleur, of voor de mix?

Ik overleg met jou, en we komen altijd overeen.

Heel voorzichtig leg ik dan de bloemen in mijn winkelkar,
heel voorzichtig leg ik ze in de auto,
thuis maak ik ze heel voorzichtig open,
en stop ze meteen in de vaas of vazen die ik in gedachten had.
Dan nog een passende kaars erbij.
Beetje schikken en desnoods versteken
tot het is wat ik wou.

En dan, als de kinderen thuis zijn:
"Wie steekt er het kaarsje van opa aan?"

Ze zouden er ruzie voor maken.

Kijk, toch iets dat niet veranderd is.