zondag 31 augustus 2014

Week 9

Ja, die auto, dat is een bittere pil, maar je kan niet anders dan je erover zetten. Goed, erover gezet dus.
 
Het hielp enorm dat we een schone avond voorzien hadden,
zo schoon dat we besloten er een traditie van te maken.
Dit jaar de sobere versie, volgend jaar met worstjes en marshmallows en gitaren en al.
 
En sowieso met vuur.
 
 




 
Een wonderschone avond, die door Karel en Ida bovendien in de tent afgesloten werd,
waarop Marijs vond dat zij dan haar vaders plek in ons bed mocht innemen.
 
Verder was week 9 ook de week van weer gaan werken,
toch nog maar eens een puzzel maken,
 
 
stilaan het schoolritme gaan opzoeken door 5 daagjes kamp te volgen,
 
 
en sinds gisteren is Marijs lid van de turnclub. 
 
Verder staan de schooltassen en turnzakken klaar en
zijn er schoolkoeken op voorraad voor twee maanden ver,
heb ik tranen met tuiten gelachen toen we met zeven vriendinnen uit eten gingen,
liepen Rebecca behoorlijk vlot tien kilometer en hadden we nog adem genoeg om uitgebreid te kletsen  over familieperikelen, de zieligste hond uit het dierenasiel en ons werk,
heb ik van 'Een halve gele zon' van Adichie nog een honderdtal pagina's te gaan,
hangt de weekmenu uit en zijn de wasmanden leeg,
en met een beetje geluk rijden we binnen de twee weken weer rond op vier wielen.
 
September wordt een drukke maand,
maar we zijn er volledig klaar voor.
 
Enollesdammehettenemmehett.

dinsdag 26 augustus 2014

* Kwetsbaarheid *

Sowieso doet alles nog steeds aan hem denken.
Dat is een feit.

Het filmpje van Marijs die in het zwembad springt, en je weet dat hij dat nooit zal zien -
 en dat hij daar zo keihard ging van genieten. 
Dan zeg je 'mammie en pappie', en 'oma' benoem je altijd zonder opa.
Al vergeet je dat soms, zeg je toch opa, probeer je je zo snel mogelijk te herstellen.
Je denkt terug en je denkt vooruit, en dat denken doet pijn.

Dat zijn de dagdagelijkse dingen. 
De dingen die je erbij neemt. 
Die je niet meer in tranen doen uitbarsten.

En dan is er die shit die je de dieperik in stuurt.
Dan is onze perfecte en oprecht geliefde auto van de ene op de andere dag een wrak.

Maar in die dieperik vind je veel meer dan enkel die auto. 

Dan denkt Karel:

"Hij was erbij toen we de testrit deden. Hij zei dat we die auto zeker moesten kopen. 
Hij zou nu hetzelfde zeggen. Dat we voor onze volle goesting moeten gaan. Dat we ons geen zorgen moeten maken. Wel wel wel, dat daar toch geen tranen voor nodig zijn, het is maar een auto."

Dan denk ik:

"Toen waren we ook zo machteloos. Er was geen vuiltje aan de lucht, en nog geen week later zaten we op een rollercoaster van miserie. Hij, en wij met hem, rechtstreeks de dieperik in. En we konden alleen toekijken."

En dan speelt die hele film zich weer af. 

Natuurlijk is een mens van geen kanten te vergelijken met een auto.
Natuurlijk is een financiële tegenvaller niet het einde van de wereld.
Die auto-miserie raakt nog niet eens aan de enkels van alle menselijke ellende die er is geweest. 

Maar het drukt me wel met mijn neus op onze eigen kwetsbaarheid.

Oppervlakkig slaan we ons bijzonder goed uit de slag,
maar krabbel een piepklein beetje aan dat bovenste laagje,
en het bloed gutst er opnieuw uit.

zondag 24 augustus 2014

Week 8

Ofwel de omgekeerde week: de week waarin ik ging werken in de weekends
en op de weekdagen thuis bleef.
 
Ofwel de week waarin veel bezoek kwam. Uit Melle, Passendale, Nieuw Zeeland en Poperinge.

Ofwel de week waarin mammie twee dagen de dienst kwam overnemen,
en dan net die dingen doet waarvan ik zou zeggen:
"Een volgende keer, goed?"


Ofwel de week waarin ik elf kilometer aan een stuk liep. Lage hartslag, me like.
 
Ofwel de week waarin de vriendschap tussen onze kinderen maar bleef duren en waarin ze meestal zelf wisten wat doen - al snapte ik het waarom niet altijd.


Ofwel de week waarin ik mijn rug nog meer bezeerde door de les kleuteryoga, die meer leek op 'kleuterturnen met mama als turntoestel'.

 
Marijs had gelukkig de time of her life.
 
Want die is wél lenig.
Want er werden ook koekjes gebakken en versierd!
 
 
Ofwel de week waarop we onverwacht naar het ziekenhuis gingen om Karel zijn voetzool te tonen aan de vaatchirurg, en we terugkeerden met 2 afspraken en de belofte van een dagopname.
 
Ofwel de week waarin ik echt wel graag de pot of gold in onze tuin had gevonden.
 
  
Wegens een vliegwiel die de ambriage die de boîte die de motor van onze auto heeft vernield.
Dingen waarvan ik enkel weet: ze hangen onderaan, een mens weet niet waarvoor ze dienen, maar als ze kapot zijn kosten ze vreselijk veel geld.
 
Als ze nog te herstellen vallen tenminste.
 Wat bij onze auto dus niet het geval was.
 
Week 8, de week waarin we onverwacht een andere auto moeten kopen.  
 Week 8, ofwel de week waarin ik de ogen uit mijn kop heb geblèt.

zaterdag 16 augustus 2014

Week 6 en 7

Week zes en week zeven bracht ik door op mijn werk.
't Is te zeggen: twee keer vier dagen luisterde, belde, overlegde, mailde en schreef ik.
De drukte die we normaal gezien sparen voor september, begon al van zodra ik mijn pc aanzette. 
Op zich vond ik dat niet zo erg.

Het thuisfront is immers nog volledig in vakantiestemming.

Dat is nog niet wakker als ik al op mijn fiets zit, 
dat heeft geen klagen wegens niets dan leuke dingen:

 Plopsaland,

samenvatting van de Samson-show:
"En de burgemeester droeg een supergrote hoed"




dat heeft vriendjes en familie op bezoek,


dat tovert de helft van de living om in Duplo-land,


dat viert vakantie in eigen tuin,



dat moet niet zo vroeg naar bed als tijdens het schooljaar, 
en dat moet geen huiswerk maken.

Ik ga niet zeggen dat ik twee weken lang dartelend en euforisch door het leven ging
maar ik bleef toch een beetje licht in mijn hoofd. 

Dus toen Steve zei: "Doe je niet mee met de De Panne Beach Run?",
riep ik eerst: "Mo nink gie!"

En toen heb ik daar lang over gedacht, en zei ik: "Goh ja, waarom niet eigenlijk?"

Dus fietste in woensdag in volle vaart naar huis en dacht:
"Oh jee, ik ben al moe van 6 en halve kilometer op de fiets. 
En sebiet moet ik 8 kilometer rennen. Aan de zee. Waar er dubbel zoveel wind zal zijn als hier. En er is hier al zoveel wind. Dat ziet er niet goed uit." 

Maar voor ik verder kon piekeren, stond de taxi al aan mijn deur en bolden Steve en ik naar Poperinge. 
Alwaar Peter en Benny ons stonden op te wachten.

Benny had ik nog nooit ontmoet - bleek dat hij vlotjes halve marathons afhaspelt.
Met Peter was ik 15 jaar geleden bevriend - de mens is ondertussen Iron Man geworden.

Ja, Iron Man.

Die heeft dus een marathon gelopen, bijna vier kilometer gezwommen en zo'n 180 kilometer gefietst 
AAN EEN STUK. Op één en dezelfde dag.

"Zeg, jullie gaan het toch niet erg vinden dat je moet wachten op mij hé?"

Ze vonden het niet erg. "En kom, we gaan opwarmen nu."
Nu ben ik niet van het opwarm-type. 
Eerder integendeel.
Mijn redenering is meer als volgt:
"Ik loop een wedstrijd van 8 kilometer.
Als ik opwarm, loop ik dus meer dan 8 kilometer. Hoeft niet.
En bovendien ben ik dan al moe tegen dat ik moet beginnen."

Er waren weinig oren naar mijn visie.
Was misschien te verwachten.
"Iedereen kan een Iron Man doen", zo klonk het in de auto, "je moet er gewoon je gedacht van maken."
Om maar te zeggen dat de ene sport al wat serieuzer neemt dan de andere.

Goed, wij dus dat strand op.
Wind in de rug: comfy! Fijn fijn fijn!
En dan omdraaien. Ja. Juist. En dat dus tot Frankrijk?
En dan weer omdraaien?
En dan nog dat stuk in de duinen?

Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik geen courage meer had.
Nul. Echt nul. Zeker niet met al die sportievelingen om mij heen, met compressiekousen aan en al.
Echt: toon mij vijf mensen met compressiekousen aan en ik ben mega geïntimideerd.

Maar ja, 't is dat je daar dan al rondloopt met je borstnummer
(bleek trouwens dat ik al in de categorie veteranen zit, thanks alot hoor)
en dat je al je oversized t-shirt hebt gekregen, dus ja,
wat kan een mens doen
dan wachten tot die madam van de start heel haar parlé heeft gedaan en toch maar vertrekken,
veilig in de achterste regionen?

Wachten en vertrekken dus.
Héél op het gemakje.
Met een hartslag die te hoog was voor wel te zijn,
maar zonder dat ik het zo aanvoelde. Dus dat was wel oké.
En eigenlijk vond ik het wel fijn.
De eersten zijn snel weg, dan is er een groot peloton, en dan volgen de Kneusjes.

Meneer Kneus - zeker een veteraan - en ik liepen zowat op hetzelfde tempo.
Met kleine stapjes. En af en toe een woordje overleg.

Dat hij al eens in Ieper is geweest en dat je daar mooie wandelingen kan doen.
Dat loopschoenen te duur zijn om ermee in het zout water te gaan,
dus dat we toch maar over die geul moesten springen.
Dat dat toch wel schoon is hier.


Helaas gingen onze wegen uiteen na een kilometer of vier wegens een ander tempo, 
en ik liep verder, met de blik op de overkant. Op van die gasten die al bijna finishen op het moment dat het keerpunt voor mij nog niet eens in zicht was.

"En weet je wat?", dacht ik.

"Ik ga gewoon een beetje kijken naar de zee.
Wat interesseren mij die andere lopers?
Hmmm, ik hoor, ik zie, ik ruik de zee.Ik loop hier zonder ook maar enig ongemak op het strand van De Panne.Dat gaat hier vlot. Traag, ja, dat ook, maar vlot. En 't is nog tof ook. Dat ik een paar uur geleden nog op mijn werk zat zeg. Gelukkig lukt dat hier een beetje, ik ga de trappen wel op geraken morgen.Et voila, daar een slokje water drinken en ik ben al ruim over de helft. Allé hopla. En ik ga me vooral niet forceren, want anders val ik dood in de duinen."

En ik wuifde naar Meneer Veteraan aan de overkant, en vroeg aan die jongen of het niet lastig was met zijn bergschoenen aan, en ik zag de regenboog, en die lange mevrouw probeerde mijn stap te volgen, maar haar enkels deden zeer, en het lukte niet. In de duinen liep ik op mijn toppen zoals Peter had aangeraden, en woehoe, na een 51 minuten en een beetje haalde ik er nog drie in en liep ik over de finish.

Waar Steve, Peter en Benny verkleumd stonden te wachten wegens 10 tot 20 minuten eerder aangekomen. Een handdruk met Meneer Veteraan later gingen we om de auto - wat zeg ik? We liepen naar de auto! (Niet mijn idee)

Ondertussen werd ik aan de tand gevoeld of dat nu eigenlijk een wedstrijd was geweest of een training, en praten tijdens een wedstrijd, je meent dat toch niet? Ja kijk, 't was vooral erg fijn geweest, en toen ik op het terras een watertje bestelde met een ijsblokje, en de ober deed er drie in, was ik helemaal content. 

dinsdag 12 augustus 2014

Homo Turisticus deel 4

En dan waren er nog de dingen waar een mens normaalgezien geen foto's van neemt,
behalve als ie op reis is.

De ontdekking van het feit dat Frankrijk niet aan paprika chips doet, bijvoorbeeld.


Schooltje spelen,


monstertjes tekenen,


genieten van een leuke kamer,


verkleedpartijtjes tot vlinder,


rommelmarkt spelen,


buiten gezelschapsspelletjes spelen,


huisjes bouwen,


binnen gezelschapsspelletjes spelen,


en soms ontzettend veel chance hebben met de kaarten


maandag 11 augustus 2014

Homo Turisticus Deel 3

We dwaalden enkele uren in La Forêt des Jeus,








Karel en Ida namen de bus om vervolgens samen 26 kilometer van de Cèze af te kajakken,



We bezochten Orange en het wonderschone Antiek Theater,



waar er weer één of ander kind een foto wou nemen van het ouderpaar.


Er werd ons aangeraden om naar de Watervallen van La Roque sur Cèze te gaan,
dus dat deden we.



En toen we daar dan toch waren, besloten we er een picknickdagje aan de rivier van te maken.



Waar deze heldin toch het ijskoude water van de rivier indook,
omdat haar jongste dochter anders ging wegdrijven,
en ondertussen maar een paar lengtes zwom.