vrijdag 23 januari 2015

Missie Ten Miles: naar de kinesist!

Bummer! Echt wel een bummer! 't Was nu allemaal zo vlot en plezant, en de winterse koude noch de striemende regen hielden me tegen. Alleen... Dat linker-achter-bovenbeen, dat trok precies een beetje. Niet dat ik er veel aandacht aan besteedde, want het lijkt me nogal logisch dat je niet kan lopen zonder je lichaam te voelen. Dus die oei-tjes en au-tjes: van zodra ik aan iets anders begin te denken, passeert dat eigenlijk vanzelf, zonder problemen. Maar dit au-tje was anders. Nog nooit eerder gevoeld, en terugkerend bovendien.
 
Aangezien ik toch bij de huisarts passeerde, sprak ik ook maar daarover.
Eerst moest ze lachen, en ik ook, wat volledig logisch is aangezien we jarenlang samen geturnd hebben op school en zij zich ongetwijfeld nog herinnert wat mijn sportief niveau was: minder dan nul. Dus toen ze me hoorde over wedstrijdambities en loopplezier, moet dat behoorlijk ongeloofwaardig geklonken hebben. Maar mijn hamstring staafde mijn beweringen, jawel, een typische loopblessure zou op komst kunnen zijn.
 
(Aan elkeen die met mij in de turnles zat:
laat ons ook hier eventjes een lachpauze inlassen.
I know, ik kan het ook bijna niet geloven: een loopblessure.)
 
Gelukkig is er nog geen man overboord, en kunnen enkele simpele tips mij op de been houden.
 
Dagelijkse ijszakjes, bijvoorbeeld.
Trager lopen.
Een zachte ondergrond.
De slijtage van mijn schoenen checken.
Stretchen.
 
Aaaaah! Stretchen.
Waarover de ene zegt dat het echt een must is, en de andere het zever in pakjes vindt.
 
Ik stretch altijd een beetje, 't is te zeggen: ik doe alsof. Ik aap na wat ik anderen zie doen, en denk dan "Zo, dat is dat." Geen flauw benul wat ik waarom heb gedaan, en wellicht doe ik het fout want stretchen hoort een beetje pijn te doen blijkbaar. Ik heb nooit pijn als ik stretch.
 
Mijn atletische dokter begon meteen enkele oefeningen voor te tonen, en wellicht zat ik te kijken als een hond op een zieke koe, of misschien kan ze me beter inschatten dan ik denk, want vrij snel zei ze: "Of zou je niet eens naar de kine gaan zodat die het kan voortonen en uitleggen, en zodat hij je kan ondersteunen naar die Ten Miles toe?"
 
(Lachpauze twee)
 
Maar dat ga ik dus doen.
Volgende week ga ik naar de kinesist om me voor te bereiden op de Ten Miles.
 
(Lachpauze drie)
 

zondag 18 januari 2015

Missie Ten Miles: geslaagd

Huh? De wedstrijd is toch pas op 1 maart?
Ja juist, en toch liep ik deze ochtend 16 kilometer.
16 kilometer 260, om exact te zijn.
 
Het plan was strak: deze morgen om 9h15 paraat, weer of geen weer,
om er 14 af te leggen, kwestie van stilaan ons kilometeraantal wat op te drijven.
 
Het goot water en de wind was ook pittig, maar kijk,
we hadden nu eenmaal afgesproken, dus lachten we met het weer en daar gingen we.
 
We: Rebecca, ik en een Tom Tom Runner Cardio die ik een weekje kan uittesten van het Running Center van Hulste. Normaal loop ik met een hartslagmeter en borstband van Polar, maar deze keer had ik dus een gps-horloge met ingebouwde polshartslagmeter. Nu ben ik op zich niet echt een gadget-freak, maar hmm, leuk ding hoor! Mooi vond ik hem sowieso al, in gebruik is hij heel eenvoudig en handig, en rennen zonder borstband is toch echt wel comfortabeler dan met.
 
Goed, na 6 kilometer op het Bijlanderpad en 5 kilometer in de Palingbeek hadden we dus nog een kilometer of 3 voor de boeg. We konden alle kanten uit, dus gingen we een wijk in. Waar we een leuk paadje deden, en als ik kan kiezen tussen een beetje verder op een leuke paadje, of afdraaien op een saaie baan, dan kies ik gegarandeerd voor de leuke weg. Waar ik precies loop, bepaalt echt minstens de helft van mijn loopplezier. Bovendien zei Rebecca: "een beetje verder".
 
Bleek dat beetje een héél eind verder te zijn, de regen bleef maar neergutsen, ik had het ijskoud, mijn schoenen klotsten van het water, en ik was compleet gedesoriënteerd. Waarmee ik een zeker level van onverschilligheid bereikte, en we gewoon maar liepen en liepen en bleven lopen.
 
"Rebecca zeg, we zitten al aan 15 en half."
"Ah ja."
Waarna we weer in lachen uitbarstten, en nog wat verder kletsten, en hopla, Ten Miles liepen.
 
Op een doodgewone zondagmorgen, in de gietende regen, Rebecca en ik,
twee dertigers met elk drie kinderen en een fulltime job.
 
Dat we dat verdorie ferm goed gedaan hebben, dat denk ik dan!
 
 
En dat ik daar nu eerst even wat van ga nagenieten, zonder meer,
want daar was Rebecca al: "Zeg, zo'n halve marathon, dat moet nu toch..."
 

donderdag 15 januari 2015

Missie Ten Miles: op schema

Als je 12 kilometer kan lopen, dan kan je een halve marathon aan.
Dat hoor ik wel eens vallen in bepaalde kringen.
12 betekent 21 dus, zeggen ze.
Dat zou dus willen zeggen dat ik een halve marathon kan lopen.

Maar niet met mij dus!

Dit is hoe ik het zie:
Als je 21 kilometer loopt, loop je een halve marathon.
De dag dat ik mijn voet over die finishlijn zet, heb ik het gedaan. 
Op dat moment kan ik het. 
Op dat moment is de missie geslaagd.

Niet eerder. 
Niet nu.

Men mag mij nog zo keihard proberen te overtuigen dat mijn huidige twaalf kilometer, die ik op een behoorlijke comfortabele manier haal, garandeert dat ik de Ten Miles uitloop: ik twijfel. 

Ik wil het misschien wel aannemen, en oké, het zit er eventueel wel in,
en ik heb eigenlijk nog altijd een week of zes voor die laatste vier kilometers, 
toch beschouw ik het niet als een vanzelfsprekendheid.

Omdat lopen niet vanzelfsprekend is voor mij.
Al doe ik het steeds liever.
Al merk ik dat ik mijn agenda steeds vaak bekijk met lopen in mijn gedachten.

Dan loop ik na het werk naar huis, en is het zwoegen en zweten om die grote 6 kilometer met verkrampte kuiten te volbrengen. Dan moet ik eventjes stoppen om te stretchen en te wandelen, en snap ik eindelijk wat coureurs bedoelen als ze zeggen dat hun benen niet goed zaten.

Om twee dagen later vlotjes met Rebecca 12 kilometer te doen.

Dan loop ik nog eens naar huis, opnieuw met een hels begin,tot plots de spanning uit mijn kuiten verdwijnt, en ik zodanig geniet van mijn eigen tred dat ik er telkens een straatje bij doe, om uiteindelijk na 1 uur en 24 minuten thuiskom met een ruime 12 en halve kilometer in de benen.

Dan heb ik twee dagen later weer zin om te lopen, en ik vertrek op het moment dat ik denk dat de felste wind is gaan liggen. Dat blijkt niet te kloppen, en daarom kies ik voor baantjes met wind in de rug, en terwijl ik loop, geniet ik, en ik denk: "Dan ren ik toch gewoon door naar de bowling?" Waar Ida op dat moment op een feestje is, en opgepikt moet worden door Karel... Dus loop en sms ik: "Vertrek niet zonder mij, ik kom eraan, en breng een plastic zak en mijn Crocs mee ".

Want tien kilometer ben ik al aan het lopen met één schoen vol modder.


Kleine misrekening namelijk na amper een kilometer.

Ik liep op straat waar geen auto's mogen rijden momenteel. Maar er kwam toch een wagen aan, dus ik besloot dat het veiliger was om het fietspad-in-aanleg te nemen. 
Daarvoor moest ik enkel een strook aarde over - een strook aarde die een modderpoel bleek. 
En toch: soppend in het slijk blijven lopen. 

Want ik moet die zestien kilometer toch halen hé, en 't is nog maar zes weken.

woensdag 7 januari 2015

2015

2014 bracht een kleurtje op ons lijf en in onze living,
en bracht ons onverwacht ook een andere auto.
Zetelverwarming: klinkt ridicuul, doet toch zoveel deugd.

In 2014 liep ik 637,5 kilometer,
las ik 37 boeken,
dronk ik ik-wil-niet-weten-hoeveel liters Cola Light,
volgde ik heel wat blogs,
en legde ik duizenden puzzelstukjes.

2014 was zeker ook het jaar van de vriendschap.
Ik heb tonnen geluk op dat vlak.
Merci daarvoor.

En Nummer 81 dan.
Wat zou ik betekenen zonder Nummer 81?

2014 bracht me heel wat schone momenten.
Daarom niets bijzonders of spectaculairs, gewoon schoon.
Schone momenten zijn meestal die die je deelt.
Nog eens merci.
 
2014 bracht mij meer stress op mijn werk dan ik gewoon ben,
en tegelijk het besef dat ik de job van mijn leven doe.
 
2014 bracht ons ook een vol jaar verder van hem.

Het ongeloof blijft.
Ik zie hem niet meer fietsen voorbij ons raam,
en mijn hart slaat geen tel meer over als ik een zwarte C6 zie.
Die fase lijkt voorbij.
De realiteit is gewoon aanwezig, maar toch: het ongeloof.
Over de onrechtvaardigheid, de oneerlijkheid, de onjuistheid, de onverdiendheid.
Zijn dood valt niet te relativeren.

2015: ondertussen al 2 nieuwe jaartallen die hij niet mag meemaken.
Ik sta daar liever niet al teveel zo letterlijk bij stil, of ik zou in een bodemloze put zakken.
 
2014 verfijnde ook wat me sinds 2013 begon te dagen.
Het is een beetje een zieke vaststelling:
dat je wijzer wordt tegen wil en dank,
dat je leert door te incasseren.

Ik heb geleerd om minder te klagen.
Ik heb geleerd om te focussen op wat goed is, in plaats van wat beter kan.
Ik heb geleerd dat het gras nergens groener is.
Ik heb geleerd dat het een illusie te denken is dat het leven enkel happy happy joy joy is.
 
Ik heb geleerd dat dit mijn leven is.
Ik heb geleerd dat ikzelf de grootste rem ben op mezelf.
Ik heb geleerd dat de wereld niet vergaat, als ik bepaalde dingen al dan niet doe.
Ik heb geleerd dat mijn leven in mijn eigen handen ligt.
Ik heb geleerd dat niemand anders het voor mij gaat doen.

Ik heb geleerd dat ik moet kijken naar de praktijk in plaats van naar de theorie.
Ik heb geleerd dat ik mijn energie beter steek in dingen die renderen dan in zinkende schepen.
 Ik heb geleerd dat ik moet investeren, maar dingen moet ook kunnen parkeren en verdergaan.
Ik heb geleerd dat bepaalde conclusies niet altijd fijn zijn, maar wel noodzakelijk.
 
Ik heb geleerd dat mijn tijd beperkt is, en dat mijn leven zo voorbij kan zijn.
Ik heb geleerd hoe kostbaar en kwetsbaar alles is.
Ik heb geleerd dat er altijd een keuze is, al is die keuze minimaal. 
Ik heb geleerd dat 'fijn' een goede reden is om dingen te doen.
Ik heb geleerd dat ik meer ja moet zeggen.
Ik heb geleerd dat ik me minder moet druk maken.

Ik leer meer en meer hoofd- en bijzaken onderscheiden.
Prioriteiten leggen.
Prioriteiten kiezen.

De volle confrontatie met hoe weinig we als mens zelf in de hand hebben
doet me zoveel als mogelijk in handen proberen te nemen.

zondag 4 januari 2015

The hills are alive!

Ik ben niet beschaamd om het toe te geven:
I love the Sound of Music.
 
 Al heel mijn leven.
Toch was ik niet van plan om naar de live uitvoering te gaan.
Tot iemand me zei dat het indrukwekkend was. En daaraan toevoegde:
"Als je echt van de Sound of Music houdt, moet je dat toch wel gezien hebben."
 
Meer had ik niet nodig.
Of toch wel: een extra reden om dat forse bedrag toch maar uit te geven.
 
Het ultieme argument vond ik in mijn moeders verjaardag. Die is weliswaar pas eind februari, maar dat is een detail.  Mijn moeder vindt de Sound of Music ook mooi. Als je naar de Sound of Music kijkt, moet je dat namelijk met volle overgave doen, zonder lacherig te doen. Je moet het geloven, en er echt voor gaan. Mammie kan dat.
 
Hopla, een verjaardagscadeau voor haar,
een ticketje nostalgie voor mezelf, en een grote pollepel traditie voor Ida.
 
Ik dus samen met mijn metekind en met Ida vorige week tot bijna middernacht naar de dvd kijken, zodat ze enigszins een idee had waarover het ging.
"Vind je het mooi, Ida?"
"Ja, maar ze zingen veel te veel."
 
Oeps, euhm...
 Tja, de tickets waren toch al besteld.
 
Zaterdagmorgen afspraak aan het station. 
Mammie was ervan overtuigd dat we gingen shoppen in Kortrijk.
Shoppen in Kortrijk? Op de eerste dag van de solden? In Kortrijk? Shoppen?
Met mammie? Die niet eens echt van shoppen houdt? In Kortrijk bovendien? Uitgesloten!
 
Wij naar Gent dus, wat rondwandelen en hapje eten in de Mosquito Coast.

 
Om daarna opnieuw door de gietende regen naar het Zuid te gaan,
om eventjes in het droge te zijn voor het spektakel begon.

 
En dan naar de musical.
Zoals te verwachten was, vond ik het super.
Verwacht hier geen genuanceerde en kritische bespreking.
 
Ja ja, Kurt Rogiers komt nog niet aan de enkels van de echte Kapitein Von Trapp,
 en spijtig dat mijn favoriete liedje niet in de poppenkast-versie werd gezongen.
 
Maar wat een geweldige Liesl en Rolf!
Wat een schattige Gretel!
Niet normaal die nonnen! En Maria!
Hoe indrukwekkend de decors! 

En bovendien:
wat fijn om samen met mijn moeder en mijn oudste dochter iets te doen.
Ik hou van cadeaus, zowel van cadeaus geven als krijgen,
maar zo samen op stap is toch nog een dimensie meer.
 
Een klein half uur samen in de Claire's
tellen en rekenen, oorringen uit de rekken halen en terugleggen, dilemma's en besprekingen
tot Ida eindelijk kan beslissen waaraan ze haar cadeaubon wil spenderen,
zoveel mogelijk namen met een F opschrijven,
en de slappe lach krijgen door François & Françoise, en Fabien & Fabienne
(niet te snappen tenzij je erbij zat, net als onze buur op de trein die kwam met Frieke en Faith),
Ida die tussen haar moeder en grootmoeder zit in de zaal
die haar net op hetzelfde moment hetzelfde toefluisteren,
 langs mijn eerste kot in de Van Hulthemstraat passeren om te tonen waar ik Sofie leerde kennen,
in de ultra-ongezellige Panos gaan eten gewoon omdat Ida houdt van belegde broodjes,
terwijl we nog even napraten over hoe ge-wel-dig het was.
 
't Zijn zulke dingen die een mens onthoudt, en die we eigenlijk veel meer moeten doen.

zaterdag 27 december 2014

Thuizen

Soms moet ik echt mijn best doen om buiten te komen.
Het is dat ik geregeld ga lopen en dat ik een job heb, of ik kwam de deur niet uit.
Wij hebben hier namelijk een onuitgesproken fijne deal in huis.
Ik denk aan alles, en Karel haalt alles.
Tof toch als je zo goed overeenkomt. Dat denk ik de laatste tijd meer en meer.
Maar soit, het ging dus over thuisblijven.
 
Een week verlof. Het was te voorspellen dat ik de deur amper ging uit geraken.
Eén keer om kerstavond te gaan vieren.
En de ochtend erop om 12 kilometer te lopen met Rebecca.
 
Anders gewoon binnen, gewoon thuis.
Ik ben hier namelijk ook zo graag.
 
Zeker als de kerstsfeer in huis hangt.
 

 
Zeker als we niet veel meer nodig hebben dan onze pyjama.

 
Zeker als er niet veel geruzied wordt.

 
Zeker als ik mijn 36ste boek van het jaar lees - al was ik niet overdreven onder de indruk.
Zeker als ik kan blijven plakken aan mijn stoel tot ze er alle duizend liggen.

 
Ik ben trouwens niet de enige huismus.

 
Super dat iedereen deze vakantie kan doen wat hij het tofste vindt.
Koken bijvoorbeeld.

 
De show stelen.

 
Timmeren.

 
Zagen.

 
Spelen.

 
Het kot upgraden tot een man's cave door zelf een kachel te installeren.

 
Bakken.

 
Spelletjes spelen.

 
Home is where the heart is.
Hier dus.